DoorBrekers

Wil je echt vrij zijn? - Peter Paauwe

DoorBrekers Season 2026 Episode 23

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 42:32

Wat als vrijheid niet begint wanneer je omstandigheden veranderen, maar wanneer je ontdekt wie Jezus al in jouw storm is?

In deze krachtige boodschap over Johannes 5 neemt Peter ons mee naar Bethesda: een plek vol gebroken mensen, teleurstelling en jarenlang wachten op een wonder. Daar ligt een man die al 38 jaar ziek is.

Deze preek gaat over leven met je “mat”: oude patronen, schaamte, zonde, ziekte, teleurstelling, religie of angst. Over het verschil tussen proberen vrij te worden en ontdekken dat Jezus zelf je vrijheid is. Soms geneest God direct. Soms door een proces. Maar vrijheid begint wanneer Christus groter wordt dan de storm waar je in zit.

Sta op. Pak je mat op. En wandel.

SPEAKER_00

Ik wil het vandaag met jullie hebben over het thema Wil je echt vrij zijn? En wie wil dat niet? Laten we samen lezen van Johannes 5, van vers 1 tot en met 14. En hierna was er een feest van de Joden. En Jezus ging naar Jeruzalem. En er is in Jeruzalem bij de schaapspoort een bad dat in het Hebraïs Betesda wordt genoemd met vijf zuilige gangen. En terwijl je dat leest, moet je beseffen dat ieder woord in de Bijbel betekenis heeft. En daarin lag een grote menigte. Niet zomaar een paar. Een grote menigte van zieken, van blinden, van kreupelen en verlamden en die wachten op de beroering van het water. Wat de engdale van tijd tot tijd neer in het badwater en bracht het water in beweging. En wie dan het eerst erin kwam naar de beweging van het water, werd gezond. Aan welke ziekte hij ook leed. En er was een man die al 38 jaar ziek was. Dat is lang. En Jezus zag hem liggen. En omdat Hij wist, Jezus weet waar jij bent vandaag. En omdat Hij wist wie jij bent, en Hij wist dat hij al lange tijd ziek was, zei tegen hem, wil jij gezond worden? En het verbaas enwekende is: hij zegt niet eens ja. De ziekte antwoordde hem: zegt: Heer, ik heb geen mens om mij in het badwater te werpen wanneer het water in beroering gebracht wordt. En terwijl ik kom, taalt een ander voor mij af. Wat een hopeloze situatie. Jezus zei tegen hem: sta op, neem een lichtmat op en ga lopen. En meteen werd die man gezond, nam zijn lichtmat op en ging lopen. En het was zondag op die dag. En die Joden zei tegen hem die genezen was: het is zondag. Het is nu niet geoorloofd om de lichtmat te dragen. En hij antwoordde hem. Hij die mij gezond gemaakt heeft, heeft tegen mij gezegd: neem je lichtmat op en ga lopen. En de religieuze politie vroeg, wie is die mens dan die u gezegd heeft, neem uw lichtmat op en ga lopen? Dan kunnen we hem achter hem aan. En hij die genezen was, wist niet eens wie het was. Want Jezus had zich ongemerkt verwijderd, omdat er een menigte van fysieke was op die plaats. Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: Ziek, u bent gezond geworden, zonder niet meer, omdat u niet iets ergers overkomt. Bij dit verhaal kun je wel duizend vragen stellen. Deze man is 38 jaar ziek. 38 jaar op dezelfde mat. 38 jaar geprobeerd om vrij te worden. 38 jaar geloof, 38 jaar hoop, 38 jaar teleurstelling, 38 jaar leven, maar geen leven in overvloed. 38 jaar in de Koninkrijk van God. 38 jaar Christen, 38 jaar in de gemeente van God, maar zonder gerechtigheid, zonder vrede, zonder blijdschap, zonder de kracht van de Heilige Geest te ervaren. Misschien ben jij al jaren Christen. Maar je ervaart geen vrijheid, geen overwinning en geen doorbraken. Je leeft in gebroken relaties, gebroken financiën, gebroken gezondheid. O je bent gewoon down in je denken en in je emoties. Dat is jouw mat. Waar jij op ligt. Wel, christen mag geen vrijheid. Wel naar de kerk mag geen overwinning. Wel geloven, maar nog steeds vast in zonde, angst, schaamte, verslaving, religie, beschuldiging, ziekte, brokenheid en oude patronen. Dat is jouw mat. Ergens onderweg ben je gaan leven als de verlamde op de mat. Je hebt geaccepteerd oké. Dit is dan het normale christelijke leven. Maar vandaag is niet de dag om op je mat te liggen. Vandaag is de dag om je mat onder je arm te nemen en ermee te gaan wandelen. Want diep van binnen weet je wel, er moet meer zijn. Er is een beloofd land, er is een plaats waar alle beloftes ja en amen zijn. Oh ja, natuurlijk, je hebt het wel geprobeerd, je hebt alle stappenplannen al gedaan. Je hebt eindeloos geloof geprogrammeerd. Je hebt geld gegeven, je hebt natuurlijk alle conferenties afgelopen voor een groter geloof, voor meer kracht, voor meer voorpoed. Je hebt iedere geneesbediening geprobeerd om gezond te worden. Maar de kracht van de Heilige Geest ligt nog steeds verlamd binnenin jou. Misschien ben je wel ook wel gelijk met de bloedvloeiende vrouw. Twaalf jaar lang al je tijd en al je geld uitgegeven zonder resultaat. Maar zij kwam van haar mat af zonder tussenkomst van een mens, zonder tussenkomst van een dokter, zonder tussenkomst van een genezingsbediening. Omdat ze Jezus aanraakte, nads begreep daadwerkelijk begreep wie Hij was. Zij werd gezond en kwam van haar mat af zonder tussenkomst van één mens. Toen ze uiteindelijk begreep wie Jezus was. Toen raakte ze hem aan en werd ze gezond. Wat geloof jij van Jezus? Johannes noemt hier heel bewust die 38 jaar. En lezen we mee in Deuteronomie 2, vers 14. En in die tijd dat wij van Kaders Barnea aftrokken tot de beek zeerheid overstaken, was 38 jaar. Dit is het volk Israël. Dat leeft 38 jaar tussen Egypte en tussen het beloofde land. 38 jaar tussen Egypte en tussen het beloofde land. Met alle wonderen, alle tekenen, alle manifestaties, met de tegenwoordigheid van God ervaren, maar niet in het beloofde land. En de worden van de situatie was het ongeloof. God had gezegd: dit land is voor jullie. Maar de verspiedes kwamen terug met een andere boodschap: de steden zijn te sterk, de reuzen zijn te groot. Wij kunnen dit niet. Wij zijn springganen. Hun geloof was verlamd door de omstandigheden. Het probleem was niet de belofte van God. Het probleem was hun identiteit. Wij zijn springganen. Nu hebben ze 38 jaar lang hetzelfde eten. Ze dragen dezelfde kleren en iedere dag in dezelfde woestijn. Dit is het normale leven geworden met God. Totdat Joshua opstaat en Israël in het beloofde land leidt. En deze man leeft 38 jaar tussen geloof, tussen hoop, tussen proberen, tussen falen en opnieuw teleurstelling totdat Jezus verschijnt. Israël 38 jaar tot Joshua opstaat. Deze man 38 jaar tot Jezus verschijnt. Bethesda betekent een huis van barmhartigheid en van genade. Maar het huis zit vol met zieken, met blinden, met kreupelen en met gebroken mensen. Bethesda had vijf zuiliggangen, zegt de Bijbel. Het beeld van de vijf boeken van Mozes, de wet. Mensen liggen letterlijk onder de schaduw van de wet. De Bijbel op andere plekken in het Nieuw Testament bedoelt, als je onder de weft, leef je onder de bedekking en je leeft onder de vloek. De wet gaat je nooit verder brengen dan bij deze beleidenis die Paulus schrijft in Romeinen 7, vers 24 tot 25. Ik, allendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Wie zal mij verlossen van mijn verslaving? Wie zal mij verlossen van de macht van de zonde? Wie zal mij verlossen van ziekte? Wie zal mij verlossen uit gebroken relaties? Wie zal mij verlossen? Wie? Dat is de vraag van iemand die al 38 jaar op zijn matje ligt. En het antwoord is simpel. En Paulus geeft het antwoord direct erachter. Hij zegt: op die wanhopige vraag zegt hij in vers 25: Ik dank God door Jezus Christus, onze Heer. Jaren terug, leefde ik jarenlang onder de wet. Ik had passie en ik had verlangen om God te dienen en heilig te leven. Ik probeerde echt oprecht alle tradities en alle regels te houden. Niet eens omdat het moest. Maar gewoon, ik had een passie en een verlangen om te leven voor God. Als eerste in de Bijbel staat over Israël. Ze hebben verlangen voor God en ze hebben drive, maar ze hebben de verkeerde gerechtigheid. En hoe meer ik probeerde goed te doen, hoe groter de worsteling werd. Ik was niet vrij. De zonde was nog steeds de baas in mijn leven. Hoe hard ik ook geloofde. Hoeveel ik ook hoopte, hoeveel ik ook probeerde. Het voelde als falen. In de kerk waar ik uitkom, hadden we daar een hele mooie uitspraak over. Ze hadden dat genormaliseerd als het gewone christelijke leven. Als een christen leef je altijd in pijn, in verlossing, in worsteling en je komt niet meer vooruit. Ze hadden daar een mooie uitspraak voor. Minder zonde doen, maar je een grotere zon daar voelen. Ze had er een hele mooie uitspraak voor. Je voelde je steeds onheiliger en steeds slechter, maar je deed feitelijk minder zonde en ze zeiden minder zonde doen en je een grotere zonde voelen. Deze waarhopige situatie waar je tussen hell en hemel inleeft, die hadden zij genormaliseerd als het normale leven van een kind van God. Totdat ik de veluw al in liep. In een meeting. En daar hoorde ik wat ik had gelezen, maar nooit had begrepen. Ik had de Romeinenbrief meerdere keren gespeld in mijn leven. Het beeld van gedoopt zijn. De opstanding met Jezus Christus als Heer en met Hem op de troon zitten en reeren. Romeinen 6, 7 en 8. En op dat moment kwamen de woorden met leven en met kracht. En er werd dit gezegd. En ik snapte het op dat moment in één keer. Je bent met Christus gestorven aan de zonde. En die zonde is je oude echt genoot. Je bent dood en je bent opgestaan in een nieuw leven. Maar die oude echtgenoot klopt nog steeds aan de deur zeur om te znaken te zeuren en die heeft kritiek op je. Maar die oude echtgenoot ben je van geschaken en je hebt een nieuwe echtgenoot. Je mag de deur voor de neus dichtgooien en zeggen: met jou heb ik niks meer te maken. Want jij bent opgestaan in een nieuw leven. En jij bent opnieuw getrouwd. Maar nu met een liefhebbende echtgenoot. Jezus Christus, die je in alles helpt in plaats van je afwijst. En je bent met Hem gezeten op de troon. Boven elke macht, boven elke kracht en boven elke zon. Je moet stoppen om te worstelen met de zonde en je moet beginnen om te regeren over de zonde. Op dat moment begreep ik mijn nieuwe identiteit. Ik begrijp in één keer hoe mijn positie geestelijk veranderd was en wie ik echt was. En de Bijbel beschrijft dat ook in Romeinen. In de Bijbel staat dit in Romeinen. Ik ben vrijgemaakt van de macht van de zonde. Ik ben niet onder de bed, maar ik ben onder de genade. Ik ben niet meer in het vlees, maar ik ben in de geest. Ik ben geen slaaf van de zonde meer. Ik ben een diena van gerechtigheid. Ik ben een nieuwe schepping. Ik leef niet meer. Maar Christus leeft in mij. Ik ben vrij van de macht van de zon. En Hij, Jezus, vrij van de macht met de zon de zonde en ik met Hem. Vanaf dat moment begon ik alles anders te zien vanuit een andere positie. En vanuit die positie begon ik te spreken. Niet van hopelijk proclameer wat ik nu geloofde, want dat zou weer een nieuw werk zijn. Maar om de gedachtentrein die door mijn hoofd ging, van oude patronen die steeds ronddraaien, die kun je alleen maar stoppen als je je mond open doet. En die stop je door te zeggen wat wel de waarheid is, zodat je langzamerhand die domme hersenen van je traint, dat het niet waar is dat je een zonder bent, dat het niet waar is dat je in het vlees bent, dat het niet waar is dat je moet worstelen met de zon. Dat het niet waar is dat je geen overwinning kunt hebben, dat het niet waar is dat de macht van de zon is, dat het niet waar is dat je een zondaar bent, maar dat het waar is dat je een rechtvaardiger bent, dat het waar is dat je een nieuwe schepping bent, dat het waar is dat je niet onder de wet bent, dat het waar is dat je bent opgestaan met Christen, dat het waar is dat je regeert. Weet je wat er dan gebeurt? Wat Paulus Romeinen 8 vers 2 beschrijft: Want de wet van geest van leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wonde en van dood. Bam! Niet zal. Nu. Dit moment. Niet morgen, niet overmorgen, nu. Dat is je positie. Dat is je status. Dat is de werkelijkheid. Alle andere dingen die je gelooft zijn leugens. Ik kwam thuis en Ioner zag het. Ze observeerde met twee weken. Ze ging mee. Ze stond op een haarmat van religieuze apathie en veranderde radicaal. Ze kwam thuis en ze zegt: we hebben altijd in religieuze hersenspinsels geloof. Maar nu heeft de waarheid ons vrijgemaakt. Maar dan in 2018. Ik kreeg te maken met de ziekte van Manière. Waardoor ik letterlijk als een verlamde op mijn matje lag. Opnieuw. En dan komen de stemmen. Van binnen. Hier en van buiten. Heb jij gezondigd? Wat heb jij verkeerd gedaan? Is jouw geloof al groot genoeg? God geneest toch altijd met heen, hebben we net gelezen. Dus als het tijd kost, heb jij de sleutel nog niet gevonden? Want als je gelooft, heb je het toch? Hij geneest nog altijd. En dan lig je op je mat. Weet je, alre ik net zei, van allemaal vormen van werken: vertrouwen op eigen kracht en vertrouwen op eigen geloof. Veel wat we vandaag de dag geloof noemen in onze charismatische wereld, is gewoon een nieuwe vorm van werken. Wat jij allemaal moet geloven en moet doen en moet bidden en proclameren om te krijgen wat God beloofd heeft. Want een God ligt dit niet, wordt er dan gezegd. Dan ligt het aan jou voor de goede orde. Dat is indirect het probleem. En dan krijg je, ook als je ziek bent allemaal meelevende stemmen, natuurlijk heel goed bedoeld. Maar dan gaat over hoe gaat het met je? Nou ja, niet zo goed. En dan krijg je duizend tips over pillen, over dokters, vitamines, alternatieve geneeswijzers. En voordat je het weet, praat je meer over je ziekte. Getuil je meer over de kracht van je ziekte en de onmogelijkheden van je ziekte dan over de genezing die al in je woont. Want hij is de genezing. Dus vrijheid begint niet altijd wanneer alles direct om je heen verandert. Vrijheid begint wanneer Christus groter is dan de storm waar je leven op dit moment zich in bevindt. Vrijheid begint als Christus groter is dan de storm waar je leven op dit moment in bevindt. Zal je je wat vertellen? Je hoeft geen gov op te brengen voor een wonder. Je moet gaan vertrouwen wie hij is. Midden in de storm. Want hij is in jouw boot. En je hoeft hem niet wakker te maken voor jouw wonder. Maar dat noemt hij kleingelof. Het gaat over vertrouwen op de enige echte dochter, op zijn woord, op zijn proces, op zijn tijd en op zijn moment. Durf jij Jezus te laten slapen? Terwijl het stormt in jouw leven. Durf je Jezus te laten slapen, terwijl het stormt in jouw leven? God is geen automaat. God stekt geen sect af. God is geen systeem. God is ook geen formule van precies het goede gebed binnen. Natuurlijk, als je naar iemand gebed luistert, kun je wel horen waar iemand op vertrouwt. Maar geloof in God is vertrouwen in wie Hij is, in Zijn belofte, in zijn tijd en in zijn proces. Want Hij is je vrijheid. Hij is je genezing. Ook al is je genezing nog onderweg. Laten we terug naar het test gaan. Jezus komt binnen op het feest van de Joden, zegt de Bijbel. Alle feesten zijn de schaduw van Christus. En de Bijbel gaat hier, hij komt binnen door het schaapsport. De poort waar de landeren doorheen komen voor Pasen om geslacht te worden voor het paasfeest. En Jezus komt er nogheen. En de profeet Jezaja zegt 700 jaar van tevoren zie, hij is als een lam ter slachting geleid. Isaiah 53 vers 5. En moet je hier lezen de is en de was. Dat is heel pak. Dit is 700 jaar voor de dood van Christus geschreven, moet je met meelezen. Maar hij is verwond, tegenwoordig getijd. Om onze overtredingen. Hij is verbreizeld om onze ongerechtigheden, maar lees de volgende zin: de straf die ons de vrede aanbrengt, was. Hij is de straf was reken hier en door zijn stream is. Hij is de God van de leven en van de doden. Hij is en zijn stream is genezing gekomen, van zonde en van ziekte is en niet was, maar het is. Dit komt, is nu levend, krachtig dit moment, want hij is. Hij is genezing. Hij is vrijheid. Hij is zegen. Hij is overvloed. Het is wie hij is, niet wat hij doet. Het is wie hij is. En met z'n allen voet op wat hij doet. En of je zoet wat hij doet, moet hij het nog gaan doen, maar hij heeft het gedaan en hij is. Hij is. Hij wordt niet wat hij is niet zal, hij is. Hij gaat het doen, hij is. Dus wat is jouw wat geloof je? Is het er? Of is het er niet? Is die vergeving er of niet? Is je gerechtigheid er of niet? Is je voorvoeter of niet? Is je genezingen of niet? Het is. Als je één wof van morgen meeneemt, neem dan is mee naar huis. Want Jezus loopt de vijf tuiliggangen van de wet naar binnen, met genade en zijn genade vervult het huis. En dan stelt Jezus die magische vraag, want Hij wist dat die man ziek was. Hij weet precies wat jij vandaag mee worstelt. Dat is het probleem niet. Je hoeft het echt niet meer tegen hem te vertellen. Je zegt als je bid bidt dan kort, want voordat je bidt weet de Vader wat je nodig hebt. Dus hij weet het. En als je vraagt waar is Jezus? Hij is hier. Hij is niet ver weg. Heb je niet ergens in een andere meting? Oh je zeggen, er is niet genoeg zoving hier om het te laten gebeuren. Jezus heeft zelf van alle zoving van de hemel van de aarde die woont in jou en hij is. En hij is. En die lammen die is zo verland dat hij niet eens mee jadigt op de vraag van wilt u gezond worden. Hij zegt ik kan niet lopen, en niemand kan mij helpen. En na 38 jaar is wie hij is zijn identiteit geworden. En misschien zegt hij ja, maar ja, ik ben nog eenmaal een zondaar. Ja, het wordt nog eenmaal nooit niks met mij. Ja, ik ben nog eenmaal verslaafd. Ja, ik denk nog eenmaal zo. Nou ja, ik doe nog eenmaal zo. Nou ja, ik ben altijd ziek en het is ongeneeslijk. Ja, zo is, zo is, zo is, zo is het nou. Nee, het is. Hij is. Hij is. Hij is. En zoals Joshua is er dan na 38 jaar in vrijheid leidt, voor leidt Jezus hier de lammen in vrijheid. Lees even goed. De lammen had geen geloof. De lammen bleek niet zijn zon. De lam had geen idee wie Jezus was. De lam gaf geen geld aan de bediening van Jezus. En Jezus zette hem vrij. Nog een keer. Om al je voorwaarden voor genezing op te ruimen. Hij had geen geloof. Hij beleed niet zijn zonde. Hij had geen idee wie Jezus was. Hij gaf geen geld aan de bediening van Jezus. En Jezus zette hem vrij. Zet dat maar eens neer tegen de pediging in onze tijd. De lammen heeft niets om in te roemen. Hij kan niet roemen in zijn geloof. Hij kan niet roem in zijn proclamering. Hij kan niet roemen in zijn openbaring. Hij kan niet roemen in de sleutel die hij ontdekt heeft. Hij kan alleen zeggen. Genade. Genade. Israël zat 38 jaar in de woestijn totdat Joshua kwam. Deze man leefde 38 jaar als een lam totdat Jezus kwam. En mensen vermengen nog steeds het oude verbond met het nieuwe. En laten Joshua 1 vers 8 even samenlezen. Dit boek mag niet, hoor je de wet? Dit boek mag niet wijken uit uw mond. Maar u moet, hoort u de wet, het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend de wet zult handelen. Ovenkomstig alles wat erin gestreven staat. Want doe alleen als je precies doet en zegt en beleid en handelt overeenkomstig de wet, dan immers zult u in uw wegen verspoedig maken en zult u verstandig handelen. En wij maar denken en maar proclameren en maar spreken en maar doen. Want als je dat allemaal doet, dan op een dag. Dan krijg je wat God beloofd heeft. Dat is de wet. Dat is lol. Joshua was een schaduw van Jezus. Maar hier is Jezus. Het nieuwe verbond in persona. En de lammen die leeft onder de wet en de schaduw van de wet en de vloek, die hoeft niets te doen. Niets. Want hij is. En in Hem leven en bewegen wij en zijn wij. Hij is in ons en wij zijn in Hem. En niet meer ik leef, maar Hij leeft in mij. Dus Hij is mijn gerechtigheid. Hij is mijn herder. Hij is mijn voorziening. Hij is mijn genezing. Hij is mijn strijder. Hij is mijn vrede. En hij is hier en Hij is in jou en Hij is in je boot. Midden in jouw storm. Maar de lammen en de zieken waren gericht op de engel, het water en het wonder en ze hadden geen idee dat hun genezing midden tussen hen stond. En zieken gaan dikwijls teleurgesteld naar huis na een genezingsavond. Want ze zijn gericht op het wonder, gericht op hun beurt voor het gebed en zich niet bewust van wie Jezus is. Ze zoeken hem 24 keer 7 op een andere plek dan waar Hij is. Want Hij is in jou en jij bent in Hem. Net zoals het dode Lazarus zonder geloof, zonder werken, zonder proclameren, uit op stond uit de dood door de woorden van Jezus. Zo staat deze lam op van zijn mat. Geen verschil tussen het wonder van Lazarus en het wonder van deze lammen. En nu de mat die jarenlang de lammen droeg, wordt nu gedragen door de lam zelf. Waarom? Enkel genade. Maar dan werd later de dood opgewekt, enkel genade. En dan kom je in beweging en dan heb je natuurlijk religie. Oh, wacht even, je zondigt, je breekt de wet, het is zondag. In dit geval sabat. Maar er staat nergens in de wet dat je op de sabat geen mat mag dragen. Er staat ook nergens in de wet dat je de zondag moet houden, en er staat helemaal nergens in de wet dat die duurt van middernacht 0,00 tot de volgende middernacht 0,00, als je dan aan de wet wil houden, doet dan de sabbat van zons ondergang tot zonsopgang als je onder de wet wil leven, maar wij verzinnen onze eigen wetten. En toen wij opstonden van onze religieuze mat en onze religieuze omgeving, toen we het levende woord ontmoet hadden, het woord wat is. Toen kregen wij ook religie op ons dak. Iedereen zegt tegen ons: je schuift de geschriften en de instellingen van de kerk opzij. Wat doe je met de katechismes? Wat doe je met de dorse leerregels? Wat doe je met al die geschriften? Maar wij hadden het levende woord gevonden. En natuurlijk nog een andere grote discussie die hier ook zit. Jezus vindt hem in de tempel. En een man wist niet eens wie Jezus was en is. Maar hij begrijpt wel dat God hem had vrijgezet uit genade. Daar was hij in de tempel, denk ik, hoop ik, verwacht ik. Hij komt wel lopen het eerste wat hij deed, is naar de tempel gaan. Na alle kritiek van religie toch maar lekker naar de tempel. En dan komt Jezus en die zegt tegen hem: ga heen en zondig niet meer, omdat je niet wat ergens overkomt, het is dan toch ziekte het gevolg van jouw zon. Dat zou oneerlijk zijn. Iedereen zondig, en niet iedereen is ziek, toch? Godzrecht vader. Die disciple, die wist ook niet veel beter. Die vroeg op een andere plek aan Jezus. Ben je blind geboren? Wie heeft er nou eigenlijk gezondigd? Hij of zijn vader en moeder? Er moet toch iemand iets verkeerd gedaan hebben waarom dit gebeurt? En Jezus antwoord is geen van beide. Het gaat hier alleen dat de heerlijkheid van God wordt gezien. Als deze lam door eigen schuld verlamd is geraakt, wat zou kunnen, misschien te hard gereden. Komt een boom tegen. Je bent jong en je wilt wat en je springt in een ondiep zwembad. Je eet hele dagen ongezond, alles in de motor wat er niet in hoort. En je wordt ziek, het weer houdt Jezus er niet van allemaal wonder te doen, blijkbaar. Zo groot is zijn genade. Je wordt niet ziek door schuld, en als je toch domme keuzes hebt gemaakt, is God nog steeds bereid om je te genezen. Zo groot is zijn goed en zijn genade. Want de realiteit is dat iedereen ziek kan worden, zowel de rechtvaardige als de onrechtvaardige. Dus als je ziek bent en vak bent, stop om de wortel te zoeken. Eénerlijke komt de rechtvaardige en de onrechtvaardige. Maar iedereen kan genezingen ontvangen. En ontvangen is genade zonder werken. Je moet vertrouwen op de Hemelse dokter. Je moet vertrouwen op zijn proces. Je moet vertrouwen op zijn tijd. Wat is dit het probleem. Wij willen alles proberen en het op onze tijd fixen. Ten diepste vertrouwen we hem niet. We maken hem in ons leven zit in een grote storm, onze booters in de storm. En we maken hem wakker en zeggen van hij ligt lekker te slapen, die man. En we maken hem wakker en zeggen van weet je wel hoe hard de stormt, doe er wat aan. En misschien staan je er ook nog te schreeuwen tegen die storm. Jez wordt wakker en zegt van kleingeloviger. Ze wil je echt vrij zijn. Jeans feit begint met een man op een mat. Het eindigt met een man die wandelt. Met een mat. Wat is er veranderd? Niet het water. Niet het systeem. Niet de regels. Jezus. Jezus. Dezelfde Jezus die al jaren in jou wandt. Dezelfde Jezus waar jij sinds je geboorte in leeftijd en beweegt. Lees dat Jezus zich snel ontrok van hier plaats, want dat was een menigte. Hij liet dus de les gewoon. Je moet nog daar liggen. Dan kan je allerlei mooie verhalen verzinnen van ja, ze hadden geen geloof, of zal er niet dit, of zat die zus, of zou er niet zo, dan krijgen we alle verhalen. Nee, Jezus trok zich bewust terugstaat hier. Jezus trok zich bewust terugstat hier. Onopgemerkt, maar er waren heel veel mensen. Het was niet zijn plan om die morgen heel betest had te genezen, had hij natuurlijk gewoon kunnen doen. Het was niet de tijd. Hij wilde alleen even de link maken, profeetisch. Dat hij degene die door de schaafsport naar binnen komt, dat hij het land van God is. En dat die man die daar 38 jaar lag, profeetisch in beeld vervolde van Israël. Dat was het punt wat hij wilde maken op dat moment. Het is deze morgen van mij jou de vraag: ben jij iemand die Jezus laat slapen in de storm? Waar jij vandaag in zit, of ben je iemand die Jezus wakker maakt en roept help ik verga. Want je vrijheid begint niet als alles direct verandert. Vrijheid begint wanneer Christus groter wordt dan jouw angst. Want soms genees God onmiddellijk, soms is het een proces. Soms verandert hij eerst je omstandigheden, soms verandert hij eerst jouw middenomstandigheden. Maar misschien is vandaag het grootste wonder wel dat het niet in iemand geneest, maar dat je beseft dat hij in je boot is en dat hij is. En is dat het begin van de omkeer? Opstaan hoeft geen instant wonder te zijn. Opstaan is gewoon vertrouwen. Soms is het 38 milliseconden. Soms is het 38 seconden. Soms is het 38 minuten. Soms is het 38 maanden. En soms is het 38 jaar. Maar dat maakt allemaal niet uit. Hij is je vrijheid. Hij is je genezing. Hij is je voorziening, ook al is het nog onderweg. En deze morgen is Jezus hier. Want in Hem leef je en beweeg je. Dat hoef je niet te voelen, dat hoef je niet te ervaren, dat mag je gewoon weten, en de vraag die deze morgen aan je stelt is deze: Wil jij echt vrij zijn? Misschien hoor je wel excuses in je hoofd. Ik ben al jaren zo, het zal wel niet vandaag zijn. En je begint de hele rattenplan draitelen in je hoofd. Je bent zo geconditioneerd door je omstandigheden en door je ervaringen, dat je niet meer kunt voorstellen wat het is om zonder worsting te leven. Ik kan me soms niet meer voorstellen wat het is om met worsteling te leven. Soms kom je mensen tegen en denken: oh ja, zo is het als je niet weet wie Jezus Christus is. Maar wil je echt vrij zijn, en je antwoord is ja. Maakt niet uit of je in welke locatie je bent, ga dan gewoon op je voeten staan. Ga gewoon staan en zeggen, ja, ik wil echt vrij zijn. Laten we nou van ziektes of van gebroken relaties. Van verslaving of van zonden, of van financiën, of van minderwaardigheid, of van depressie. Of je ook maar kan verdwinnen: wat is er iets waar je vrij van wil zijn? Jezus vraagt deze morgen aan jou: Wil jij vrij zijn? Want Hij is groter, Hij is sterker. Romeinen 614 zegt dit: want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. En betesten waren ze onder de wet, Jezus vervulde het huis met zijn genade. Want de zon zal over u niet heersen, maar de ziekte zal over niet heersen. Het tekort zon niet over je heersen, schaamte zon niet over je heersen, verslaaf het niet over je heersen. Want Hij die in jou is, is groter dan Hij die in de wereld is. Want je bent namelijk niet onder de wet, maar je bent onder de genade. Je bent onder de genade. Je positie is veranderd. Je bent niet onder de zonde, je bent niet onder de ziekte, je bent niet onder tekort, je bent niet onder schaamte, je bent niet onder schuld, je bent niet onder veroordeling, je bent niet onder gebrokenheid, je bent op de troon van God gezeten in de hemel, want je bent met hem gekruistigd, gestorven, begraven, opgestaan en gezeten aan de bovenke ziekte, boven elke veroordeling. Wat je maar verzinnen, ik heb gezeten met Hem. Vandaag is de dag om te stoppen met worstelen en te beginnen met regeren, omdat je begrijpt wie je bent geworden, je kan geen vrije dingen. Je hebt geen gebed nodig. Je hoeft alleen te begrijpen wie je bent. En van daaruit te gaan leven. En dan zal het wonder zich voltrekken in 38 milliseconden, in 38 seconden, in 38 minuten, in 38 weken, 38 maanden. Maar het zal zich voltrekken. Dus sta op. Neem die mat met excuses zonder je arm. Noem ze nooit meer. En begin met wandelen. Weet je, als ik al deze dingen voor het eerst hoorde, toen snapte ik het. Ik ben een nieuwe schepping. Ik ben een nieuwe positie. Ik zit op de troon, ik moet gedoopt worden. Ik heb die onderdonkeling nodig. Want daarmee laat ik zien dat ik geloof. Dat ik gestorven, begraven, opgestaan ben en gezeten ben aan zijn rechterhand. Als je niet gedoopt bent, pak je mat op en stap in het water. In Jezus naam. Amen.