DoorBrekers

Hoe Bereik Je Jouw Bestemming? - Peter Paauwe

DoorBrekers Season 2026 Episode 25

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 38:56

Wat doe je wanneer je midden in een storm zit, terwijl je juist dacht dat je God volgde? Wat als je bidt, gelooft, wacht, gehoorzaamt… en toch lijkt de wind alleen maar harder te worden?

In deze preek neemt Peter je mee naar het bekende Bijbelverhaal uit Mattheüs 14, waar Jezus over het water loopt en Petrus uit de boot stapt. Maar deze boodschap laat je misschien op een heel andere manier naar dit verhaal kijken dan je gewend bent. Want was Petrus werkelijk de grote geloofsheld? Of laat dit verhaal ons iets diepers zien over twijfel, angst, genade en vertrouwen?

Deze preek gaat over leven in Gods wil terwijl je tóch in de storm terechtkomt. Over momenten waarop je alles hebt gegeven: voor je gezondheid, je huwelijk, je gezin, je financiën, je bedrijf, je geloof of je strijd met zonde. Misschien herken je die “vierde nachtwake”: het punt waarop je moe bent, nat, bang en uitgeput. Maar juist daar klinkt de stem van Jezus: “Vrees niet, Ik ben het.”

Je ontdekt waarom angst niet het einde van je geloof hoeft te zijn, waarom Jezus je niet veroordeelt wanneer je bang bent, en hoe Zijn aanwezigheid genoeg kan zijn om je veilig naar je bestemming te brengen. Niet omdat jij altijd de juiste keuzes maakt. Niet omdat jouw geloof perfect is. Niet omdat jij nooit zinkt. Maar omdat Jezus Heer is over de storm, over de wind, over de golven en over jouw leven.

Deze boodschap raakt thema’s als genade, vrijheid, geloof, twijfel, genezing, Gods aanwezigheid, bestemming en de zekerheid dat Jezus komt zoals Hij beloofd heeft. Het is een uitnodiging om opnieuw te vertrouwen op wie Hij is: jouw Redder, jouw Genezer, jouw Voorziener en jouw Gerechtigheid.

SPEAKER_00

Vandaag in de Tweede Dienst zijn er mensen aanwezig uit Krabbedijken. En dat is het dorp waar ik geboren ben. En dat brengt mij bij een verhaal wat maar heel weinig mensen kennen. Want de eerste zeven jaar van mijn leven ben ik min of meer randkerkelijk opgevoed. Ik kan me alleen de kerk herinneren van school met kerst. Mijn vader had reefmatorische wortels. En toen hij wakker werd uit zijn wandel zonder God, besloot hij om terug te gaan naar zijn reefmatorische kerk. En dus op één dag verdween alles: televisie, radio, mijn donoldukjes, mijn sport, mijn school, mijn vrienden. Ik was zeven jaar oud en ik zat in de tweede klas. En vanaf dat moment ging ik op zondag drie keer naar de kerk. En ik herinner me nog dat op een warme zomerdag ik ben uit klasgenootjes naar het vembad zag fietsen, terwijl ik naar de kerk wandelde voor de tweede keer op die middag in mijn zondagse pakje. Ik bracht de diensten door met orgelpijpatellen en snoepjes eten. Maar afgelopen jaar hield mijn klas een reunie en ze dachten eraan dat ik ooit bij hen in de klas had gezeten en ik werd uitgenodigd. En vandaag komen de drie van die oud-klasgenoten in onze dienst om te zien de keuze van mijn vader begon natuurlijk met een verlangen om goed en heilig voor God te leven. Maar daardoor kwam weer wel onder de wet en de traditie terecht. En als je onder de wet leeft, dan kom je terecht in Romeinen 7. Ik heb twee weken geleden gedeeld toen het ook mijn eigen ervaring was. Toen ik geestelijk wakker werd. Want onder de wet blijf je hangen bij de uitspraak van Paulus: ik een glendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood. Want onder de wet doe je je best om goed en heilig te leven, zoals mijn vader. En we hadden daar een gevleugde uitspraak die ik ook citeerde twee weken terug: minder zonder doen, maar een groter zonder voelen. Het leven tussen de hemel en de hel. Wat ik ontdekte dat we niet onder de wet zijn, maar onder de genade, niet meer onder Mozes, maar onder Christus. Geen zonder meer, maar een rechtvaardig in Christus. Op dat moment veranderden mijn leven. Maar inmiddels waren we tientallen jaren verder. De keuzes die je maakt als ouders hebben effect op je kinderen, op je kleinkinderen. De keuzes waar je naar de kerk gaat, de keuzes waar je naar school gaat, de keuzes waar je gaat wonen. De keuzes die je kinderen meegeeft die vormen levens. Inmiddels heeft mijn vader ook de respectische wereld weer verlaten. Hij kwam erachter wat een goede keuze leek op het moment dat hij geestelijk ontwaakte niet Gods keuze was voor zijn leven. Zijn ogen gingen open wat het betekent om een wedergeboren kind van God te zijn: dat je kunt leven in genare in vrijheid en in zekerheid van je eeuwige leven. Dus soms mis je je bestemming niet omdat je God niet zoekt, maar omdat je een mens bent en een volgt in al zijn passie. Twee weken geleden sprak ik over je echt vrij zijn. Ik haal daarbij de discipelen aan in de boot in de storm, terwijl Jezus sliep. En toen hadden Hem niet wakker, hoeven te maken. Want als Jezus in je boot is, kom je in je bestemming. En Jezus verwees zijn discipelen ook kleingeloof. En de vraag die ik toen stelde aan jullie is dit: durf je Jezus te laten slapen te midden van jouw storm in de wetenschap dat Jezus in jouw boot is. En Hij is in jouw boot. Want de Bijbel zegt: in Hem leven en bewegen wij. En we zijn zo één met Hem, dat niet meer ik leef, maar dat het Jezus Christus is die in mij leeft. Dus Hij is in jouw boot en Hij is nooit ver weg. Maar vandaag gaan we naar de tweede storm. Dezelfde zee, dezelfde discipelen. Maar Jezus is niet in de boot. En we gaan naar het bekende verhaal waar Petrus over het water wandelde. Maar de vraag die ik je wil stellen voordat we gaan lezen, is deze: Wie wil jij zijn? Wil je een Petrus zijn die op het water wandelt, of een van de elf in de boot? Sla dat antwoord even op hier op je harde schijf. Laten we gaan lezen. Nu je het antwoord hebt opgeslagen. Matthäus 14 van vers 22 tot 33. En meteen dwong. Dwong, geen keus, dwong. Jezus zijn discipelen in het schip te gaan om voor hem uit te varen naar de overkant. Voor hem uit te varen. Dus Jezus zegt: jullie gaan daarheen. En waar jullie zijn, zal ik komen. Hij stuurde de menigte weg en toen hij ze weggestuurd had, klom Hij op de berg om er een afzondering te bidden. Dat deed je al even, want toen zat het toen het avond geworden was, de discipelen gingen bij de dag op reis. Maar toen het avond geworden was, was hij daar alleen. En hij was er zo lang alleen, vers 24, dat het schip al midden op de zee was en het verkeerde in nood door de golven. Want ze hadden tegenwind. Ze hadden en de wind tegen en hadden de golven tegen. Maar in de vierde nacht wakken het vierde deel van de nacht na een lange lange nacht. In de storm komt Jezus naar hen toe. Zoals hij beloofd had lopend over de zee. Maar toen de discipelen hem over de zee zag lopen, raakte ze in verwarring en zeiden die gelovige discipelen: het is een spook en let op. Ze schreeuwde, angst schreeuwt. Angst schreeuw en ze schreeuwde van angst. Maar kijk wat er gebeurt. Ze schreeuwden van angst, maar meteen. Meteen. Jij schreeuwt van angst meteen, sprak Jezus hen aan en zei: Heb goed, ik ben het. Wees niet bevreest. Maar Petrus antwoordde Hem en zei: Heeren, als u het bent. Vrees niet, ik ben het. Maar Petrus zei: Heer, als u het bent, beveel mij dan om naar u toe te komen. Bewijs mij dat je Jezus bent. Ik geloof u niet op uw Woord. En hij zei, kom. Peter stapte uit het schip en liep over het water om bij Jezus te komen. Maar toen hij op de sterke wind lette, werd hij bevresd. En toen hij begon te zinken, staat hij niet dat het kwam vanwege zijn ongeloof, maar gewoon als een feit: het was én wind en de golven. Hij was bang. Maar toen hij ook nog begon te zinken, toen dat er nog bijkwam, toen rie hij: Here, red mij. En jeete stak meteen zijn hand uit. Greep hem vast, en zei hij zei tegen hem. Kleinggelovige. Waarom hebt u getwijfeld? En toen zij in het schip geklommen waren, pas toen. Pas toen Peters terug in zijn boot was, ging de wind liggen. En zij die in het schip waren, die andere elf, die kwamen om hem te aanbidden. En die zeiden: U bent werkelijk de zoon van God. Zie je mijn eerste punt: je woonelt in Gods wil. En toch kom je in de storm terecht. Je wonelt in Gods wil. Je doet niets verkeerd, en toch kom je in de storm terecht. Want meteen dwong Jezus zijn discipelen in het schip te gaan. Soms heb je geen keuze. Bij ziekte, bij scheiding, bij tegenslagen. Het komt ongevraagd op je pad. En soms zijn het keuzes die andere mensen maken, waardoor jij geen keuze meer hebt. We kennen het allemaal. Ook ik, ik had geen keus. En we zien hier, Jezus heeft ze vooruitgestuurd. Hij heeft beloofd naar de plek te komen waar Hij ze heen zond. Maar terwijl ze in de storm zaten, bad Jezus op de berg. En zo heeft Jezus ook jou en mij in deze wereld gestuurd. Een wereld van stormen, een wereld van ziekte, een wereld van zonde, een wereld van ongerechtigheid, een wereld van ongelijkheid, een wereld van honger, een wereld van oorlog, een wereld van armoede. Dus je kunt vandaag in een storm zijn en toch precies in het midden van zijn wil zijn. Maar Hij heeft beloofd dat Hij je nooit zal verlaten. Hij heeft verzekerd dat hij alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Hij bidt voor ons 24 keer 7, zal hij op de berg bad voor zijn discipelen in de storm. En hij heeft beloofd dat je nooit boven je vermogen verzocht zal worden. Hij weet waar je bent. Hij weet de situatie van je schip. Hij bidt en hij heeft beloofd. Dus hoe kom je nou op je bestemming? Jezus komt zoals Hij beloofd heeft. Maar waarschijnlijk niet zoals je Hem verwacht. Want het is in de vierde nachtwaken: het laatste deel van een ellelange stormnacht. De discipelen zijn uitgeput. Ze zijn kletsnat. Ze zijn bang. De golven slaan over het schip heen. Ze hebben de hele nacht in eigen kracht alles gegeven. Om te overwinnen. Alles gegeven om de ziekte te overwinnen. Alles gegeven om de zonde te overwinnen. Alles gegeven om de crisis te overwinnen? Alles gegeven om je huwelijk te redden? Alles gegeven. Alles. Een lange nacht. En nu is het de vierde nacht waker. Hoe lang westel jij al met je bedrijf? Hoe lang wortel jij al met je financiën? Hoe lang wortel jij al met je huwelijk? Hoe lang worstel je al met je gezondheid? Of hoe lang worstel je al met de zonde? En lukt het je niet om te overwinnen? Je hebt alles gegeven wat je hebt. Je hebt probeerd het op te lossen. Je hebt zo goed als kwaad het ging, doorgegaan. Je roeit in de storm met de riemen die je hebt, maar het is niet genoeg. In inmiddels ben je in de vierde nachtwaken bebeland en het is hopeloos en je denkt, hoe gaat dat ooit komen? En dan is er een spook. Als je een spook ziet, die komt je halen de oefening. Het wordt niet een kleinere storm, het wordt een grotere storm. En ze schreeuwen het uit van angst. Deze gelovige discipelen die met Jezus wandelen dag aan dag schreeuwen van angst. Ze geloven nog in spoken. Angst schreeuw. Geloof is stil. Geloof spreekt wel. Maar geloof schreeuwt niet. Geloof dat schreeuwt is angst. Vermont de religie. Maar ook dit uit dit verhaal: als je dus angst ervaart, is dat tegelijkertijd het signaal wat je moet herkennen dat Jezus aanwezig is in de storm. Want Jezus roept meteen op het hoogtepunt van angst. Je hebt goedemoed. Ik ben het, wees niet de vreesd. Hij veroordeelt ze niet voor hun spoken. Hij veroordeelt ze niet voor hun angst. Hij zegt alleen: wees niet bang. Ik ben hier. En dat is het standaard recept op de Bijbel heen. Als mensen Green van angst, zeg je: wees niet bang. Ik ben hier. Waar ben jij van morgen bang voor? En wees niet bang om je angst eerlijk te benoemen. Dat is geen ongeloof, dat is wat je voelt. En wat je ervaart. Maar weet op het moment dat je je angst uitspreekt, dat je tegelijkertijd kunt horen dat Jezus zegt: vrees niet, ik ben hier. Want als Hij jouw angst hoort, veroordeelt hij je echt niet voor je ongeloof. Want zijn stem klinkt meteen: Wees niet bang, ik ben hier. We hebben hier Petrus en elf andere discipelen. En alle twee vormen ze een oprecht geloof. Maar verschillend. Er zitten elf discipelen in de boot. En die zijn blij dat Jezus er is. Hij is het. Hij is hier. Nog drie stappen dan zit hij in onze boot. En als Jezus in de boot is, is de storm voorbij. Dat weten we uit ervaring. Halleluja! Jezus heeft gedaan wat hij beloofd heeft. Het stormt nog, maar Hij is er! Want als Christus in jou groter wordt dan jouw storm, dat is het begin van de doorbraak. En Petrus is hier niet de grote geloofsheld die wij in dikwijls maken in dit verhaal. Hij is de grote twijfelaar, wat Jezus heeft gezegd: vrees niet, ik ben het. En Petrus die zegt: als u het bent, als u het echt bent, word je bij wijzen. Zeg dan: kom naar mij toe aan wandel over het water. Als u het echt bent, beveel mij dan om over het water naar je toe te komen. Voor de goede orde: Jezus had Peter dus nergens omgevraag. Jezus had nergens tegen Peters gezegd: Je moet uit die boot komen. Petrus had alleen een opdracht van Jezus gekregen om in de boot te zitten. Te gaan en Jezus zou komen waar Hij is. Dit is Petrus eigen plan. Dit is Peters eigen plan. Een onverwachte mix van passie en van ongeloof. En Peter zet Jezus voor een blok in zijn twijfel. Want als u dan bent, bewijs het dan, en het was Jezus. Wat kan Jezus anders zeggen? Dan kom. Als u bent Jezus, bewijs het dan, zeg kom. Ja, jij zegt: ja, ik ben het. Dit is geen goedkeuring van Petrus plan. Het is genade voor zijn ongeloof en twijfel. En God is met je in genade. En boven natuurlijk ook als je verkeerde beslissingen neemt met alle goede bedoelingen. En dus loopt Peter dus over het water. En de storm is er nog steeds, en de golven zijn er nog, en de wind is er nog. En Petrus ziet het. En hij begint bang te worden en dan begint hij ook nog door het water te zakken. En hij staat niet vanwege zijn ongeloof, het staat gewoon als een feit een stormt zijn golven, en de situatie wordt nog beroerder en hij zakt door het water heen. Maar let op. Jezus heeft net bewezen dat hij het is. Hij wandelt in de tegenwoordigheid van Jezus. Hij wandelt over het water als bewijs dat Jezus het is. Hij ziet Jezus als een Heere Meester over de elementen, de absolute hoogste autoriteit van de Hemel en Aden over het water heen lopen. En als het dan net niet helemaal gaat, zoals Peter verwacht, dan roept die Heere help. Red mij. Misschien zie je het niet, maar dat is wel een gebed van geloof. Want hij zegt curieos, Allerhoogste Heer. Hij ziet wie Hij is, Allerhoogste Heer Red mij. Het is hem zelf in het problemen gebracht. Maar dat maakt God niet uit. Want Hij is genadig en de Bijba zegt: en Jezus pakt hem bij de hoog en red hem meteen. En zoals hij hem red, terwijl ze nog niet in de boot zitten in de storm en in de wind en alles doorgaat, zegt Jezus tegen Peters die hem goed vast heeft. Jij kleingeloviger. Waarom heb je getwijfeld? Waarom heb je getwijfeld? Wat was de twijfel? Wat was nou de twijfel van Petrus? Jaren geleden was ik niet meer gelukkig met mijn baan. Het was mijn idee. Om een baan te veranderen. Niet Gods idee. Natuurlijk betrok ik God aan mijn plannen. Boven natuurlijk salaris. Dikke auto. Voor mij stonden alle zijn van God op groen. Het was al wat twijfel. Ik was 25 jaar, ik had het gemaakt. Met deze baan en het avontuur lokte. Het was een misstap. De nieuwe baan was vreselijk. Alles behalve wat ik ervan verwachtte. Ik verveelde me dood. Drie maanden. Ik had mijn oude baasman op. Genade. Peter, hoe is het met je? Diezelfde avond afronteerde ik de baan die mehe me aanbod. Nat. Was schaamd? Maar wel gered. Uit genade. Ik had mijn les geleerd. God had mij niet gevraagd om weg te gaan. Ik had hem alleen betrokken in mijn eigen plan. Dus ik leerde mijn les. Mij twijfel moet je niet inhalen. Toch maakte Peter nog een keer zo'n fout. Ik ga niet met een eindeloze lijst werken. Wij kochten het verkeerde huis in de verkeerde stad. Met God. En met een beetje twijfel. Nadat we uiteindelijk het contract hadden getekend en we de reactie van onze vrienden en buren hoorden, wisten het foute beslissing. Binnen een week waren we het huis en kwijt. God zijn genade, beschaamd, nat, gered. En iedereen zei gelukkig dat je blijft. Dus kom je in beweging met je plannen omdat God je roept? Of is het jouw plan waar je God bevestiging voor vraagt? Hij beweegt gewoon met je mee. Want Hij gebruikt alle dingen om je te vormen en te kneden en je lesjes te leren. Maar waarom verweet Jezus nou, Petrus klein geloof? Is het klein geloof dat Jezus, vrees niet, ik ben het, wat Petrus zegt. Oké, bewijs het maar. Beveel me dan om over het water te lopen. Was dat zijn klein geloof? Achter Petrus, geef mij een teken dat u het echt bent. En dat is onvolwassen geloof. Je moet mensen zeggen: geef mij een teken, Heer, dat ik mij moet laten dopen, ja, dat kan. En dikwijls krijg je het nog ook. Je kan ook gewoon doen wat hij gezegd heeft, jij laat je dopen. En geloof het en gehoorzaam. Stuk makkelijker. Petrus krijgt zijn teken: en Jezus zegt: kom op. En Peter was nu zeker dat het Jezus was, dat het Heer was. Maar toen het anders liep dan Petrus dacht, werd zijn angst groter dan het teken dat hij net had gekregen. En moet je kijken wat Petrus doet. Petrus vertelde zijn gebed: De Heer, de allerhoogste God van hemel en aarde, vertelt Petrus wat hij moet doen. Red mij. Petrus vertrouwde niet dat de tegenwoordigheid van de Heer, die net bewezeld dat hij de Heer was, die toonde dat hij de meester was over alle elementen dat zijn aanwezigheid voldoende was om veilig te zijn. Ik weet niet wat er in jouw leven zit op dit moment aan uitdaging. Maar is zijn aanwezigheid in jou? Voldoende om te vertrouwen dat hij je op je bestemming leidt. Of moet je nog in je angst uitroepen? Heer, red mij. Heer, verlos mij. Klein geloof of groot geloof, Heer, u bent mijn verlosser. Heer, genees mij. Got geloof Heer, u bent mijn genezer. Heer, voorzien mij. Groof, Heer, u bent mijn voorziener. Heer, vergeef mij alsjeblieft. Got geloof, de Heere, u bent mijn gerechtigheid. Geloof je in wat Hij nog voor jou moet doen? Of kan doen. Of geloof je in wie Hij is. Zo weten terugbleef ik bij is hangen. Ongepland. Nu is hij gepland. Want 700 jaar voordat Christus gestorven, begraven en gekruisigd werd, schrijft de profeet Jezaja. We kijken er 700 jaar van tevoren geschreven, Jezaja 53, maar Hij is nog steeds. Hij is om onze overtredingen verwond. En je mag het ook rustig weten hier: Hij is om onze ongerechtigheden verbrijzeld. Het is waar de straf die ons de vrede aanbrengt, was. Het kruis was één moment. Maar hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid het land van God dat de zon en de ziekte van de wereld heeft weggenomen. En dan zie je ook staan en door zijn streamen niet komt er genezing. Komt er een wonder is er voor ons genezing gekomen. Is het voldoende in jouw storm dat Hij in jou is. Is zijn tegenwoordigheid genoeg? Zij Jezus niet als je dan bidt. Bit kort. Dat deed Peters dan in ieder geval. Want voordat je bidt, weet de Vader al wat je nodig had. Jezus wist dat Peters redding nodig had. Hij had het echt niet hoeven te vragen. Hij had het Anywege gekregen als hij vertrouwd had op wie Hij is. En hij wist wie Hij is, want hij noemde hem Heer. Alleen hij vertrouwde hem nog niet als Heer. Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Die niet toestaat dat er iets op je weg komt dat boven je vermogen zal zijn. En die altijd voor je bidt en die je altijd in je bestemming brengt, en dat het niet van jou afhangt, maar alleen van zijn genade. Want die lonen zij hier in Barnevat in de dienst bij het bewijs van de Dag. Is zijn genade jouw genoeg. Gisteravond vier de verjarig van Echtpet. Als je het vers leest, dan weet je hier, alles is volbracht. Je genezing is, je voorziening is, je vergeving is, niet was. Niet zal komen, maar is. Heel veel mensen wachten op een wonder. Ik verwacht het wonder. Ik kom tot het wonder. Ze verwachten dat Jez nog wat moet gaan doen, maar Hij heeft het gedaan en Hij is. Hij is. Gisteravond was ik op de verjaardag van Ehpet. En was je net. Maar vijf jaar geleden zei de dokter tegen Epet, ik kan niks meer voor je doen. Je hebt nog een jaar. En na negen maanden kwam Epet bij mij op een zondagmorgen. Hij zei: De dokter: geef me nog drie maanden. Van een heel jaar Echt was in zijn vierde nachtwaken. Zeven tumoren in zijn hoofd. Zijn hele lichaam had er vol mee. Onbehandelbaar. Maar Echtbet zag Jezus van dag 1 in de storm. Hij zei nooit, Jezus moet nogal wonder doen. Hij zei door zijn streamen is mijn genezing. Hij geloofde in wie Hij is, wat Hij heeft gedaan, en als ik het zo mag zeggen, Ehbert bleef in de boot, zoals de elf discipelen in de boot waren, hij hoefde niet te vragen. Heer, laat zien dat je God bent en genees mij. Hij bleef in de boot. Zoals de elf discipelen in de boot bleven, en ze wisten het: als Jezus in de boot komt, zoals Hij beloofd heeft, is de storm voorbij. Want Hij is de Allerhoogste, Hij is de Heer van de hemel en aarde. En zelfs de wind en de zee moeten hem gehoorzamen. En de vierde nachtwaker van Echtbet was begonnen. En vanaf die zondag begonnen zijn tumoren te slinken zonder behandeling. En inmiddels zijn we vier jaar verder. En na een jaar was het bij geen spoor met te vinden van kante, kan jij vertrouwen op hij is? Of denk je echt dat het van jouw gebeden, van jou proclameren, van jouw bidden, van jouw Bijbellezen, van al jouw religieuze daden afhangt, of hangt het af van zijn genade omdat hij is? Petrus geloofde dat hij Heer was. De discipelen geloofden dat hij Heer was en die bleef in zitten in de poot. Misschien zit jij hier vandaag in je vierde nacht waken. En misschien duurt de storm al langer dan je had gedacht. En de vierde nacht waken is niet het bewijs dat Jezus niet komt. Het is het bewijs. Dat Hij er nog steeds is. En dat Hij nog steeds biedt. En dat het nog steeds waar is dat je niet boven vermogen verzocht zal worden. Maar Jezus leidde Petrus terug naar de boot. Terug naar de bestemming waar Jez hem naartoe had gestuurd. En zodra Petrus in de boot klomt bij Jezus, ging de storm liggen. En ik denk dat de twijfel van Petrus voorbij was. Hoeveel keren in ons leven is het God die onze kant opstuurt? Of zijn het onze eigen gedachten, onze eigen plannen, onze eigen verlangers, onze eigen drive? En gebruiken we God om op Hem te verifiëren. En dat gebruik je gewoon. Want Hij laat alle dingen medewerken tegen. Want zo groei je in gelo. Je komt echt wel terug in de boot. Nat, beschaamd, maar gered, uitgenaden. De Bijbel zegt hier: wie en paden er. Zij die in de boot waren gebleven, dat waren de andere elf. Zij zeiden: U bent waarlijk de Zoon van God. En Peter stond ook weer in de boot. En ik denk dat hij ook aanbeden heeft, maar toch een klein beetje: ik ben dankbaar dat ik gered ben. En was het nou maar de laatste keer van Petrus, hè? Het was niet de laatste keer dat hij gered moest worden. Hij moest gerekt worden door Jezus. Hé, staat dan gachter me vandaan. Hij moest gered worden dat Jezus verlogende. En toen God wandelde, moest hij door Paulus gered worden omdat hij weer onder de weg kwam in plaats van onder de vanade Pouze. Hey Petrus, dit is niet hoeveel dadelijk dingen doen in de gemeente. God heeft genade voor twijfelaars. Dus Petrus leert ons dat Jezus red wanneer wij zinken, en hem aanroepen als Heer, als Curios met ons kleingeloof. Dat mocht het zaadjes genoeg. En de elf leren ons dat Jezus komt wanneer wij wachten. En dat Hij dan ons redt door Zijn aanwezigheid. Nog een keer. Van de elf leren we dat Jezus komt wanneer wij wachten, zoals Hij beloofd heeft en dat Hij ons red. Door Zijn aanwezigheid. Hij is de enige die wonderen werkt. Dus hoe brek je nou je bestemming? Niet door nooit te vallen, niet door altijd de juiste keuze te maken, niet door perfecte geloofstappen, niet door nooit bang te zijn, maar door het geloof dat Jezus Christus de Curios, de Heer is van de hemel van de aarde die op de troon zit. Peters bereikt uiteindelijk zijn bestemming. De elf bereikte hun bestemming. En echt bereikte zijn bestemming. Dat Jezus komt altijd zoals Hij het beloofd heeft. En als Hij er nog niet is, verwachten. Verwachten. Zoals je hier vanmorgen bent, op onze locaties. Het is de vierde nacht waken. Ga dan staan. Als nou voor je gezondheid is, voor je financiën, voor je huwelijk, voor je bedrijf, voor de worsteling met zonde, wat even het is, als jij aan het eind zit van wat je zelf kan, het is je vierde nacht wakker, ga dan staan. Ik sta in de vierde nacht wakker. Dan gaan mensen staan. Zie meerdere mensen staan. Je staat, Jezus zegt. Prees niet. Prees niet. Ik ben met u, ik ben het. Ik ben met je. Ik zal je niet begeven en ik zal je niet verlaten. Ven wij verklaren dat uw aanwezigheid op dit moment het begin zal zijn van een transformatie. Die u alleen kunt doen. Want u alleen bent Heer en u alleen bent de redder en u alleen bent allerhoogsten. U geneest, u zet vrij, u doet het Heer. Dank u wel dat u hier bent deze morgen. Amen.