DoorBrekers

Je bent nooit uit beeld geweest - Peter Paauwe

DoorBrekers Season 2026 Episode 27

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 32:43

Ben jij ooit het gevoel kwijtgeraakt dat God je ziet? Alsof je ergens onderweg bent blijven hangen met vragen, schaamte, teleurstelling, twijfel of een verleden dat blijft spreken? Dit bemoedigende woord van Peter Paauwe neemt je mee in een diepe, hoopvolle boodschap: jij bent nooit uit beeld geweest bij God.

Aan de hand van Johannes 1, het verhaal van Natanaël onder de vijgenboom, Adam en Eva in de hof, en de Ethiopische kamerling uit Handelingen 8, ontdek je een rode draad door de hele Bijbel: het gaat niet in de eerste plaats om mensen die God vinden, maar om God die mensen vindt. Juist op plekken waar niemand kijkt. Juist in momenten die voor jou misschien gewoon, pijnlijk of verwarrend voelen. Juist daar kan God spreken.

Deze preek gaat over gezien worden door God, over genade en de uitnodiging om niet langer weg te kruipen, maar het gesprek met God aan te gaan. Niet omdat je alles al begrijpt. Niet omdat je leven op orde is. Maar omdat Jezus je kent voordat jij Hem volledig kent. Hij veroordeelt niet, maar roept je tevoorschijn. Hij spreekt niet eerst over je falen, maar over wie je bedoeld bent te zijn.

Deze boodschap is voor iedereen die zich afvraagt of God je wel ziet, zoekt, twijfelt, opnieuw wil beginnen of verlangt naar zekerheid dat God dichtbij is. Misschien zit jij nog “onder je vijgenboom” met vragen. Misschien ben je net als Natanaël sceptisch. Misschien verlang je net als de Ethiopische kamerling naar echte vreugde. Deze preek nodigt je uit om te komen en te zien. 

Kijk deze preek en laat je raken door de waarheid: God ziet jou, God kent jou, en vandaag mag jij gevonden worden.

SPEAKER_00

De groei is van God, zeiden we net. Maar de grond is van ons. Iemand stelde aan mij verkeer terug de vraag: wat mag het jou kosten dat je gered bent? Wat mag het jou kosten dat je gezin gered is? Wat mag het jou kosten om een omgeving te keren waarin andere mensen gered zijn? Dat is waar hart en zool over gaat. En we hebben die mooie getuigenis gezien van de Iraniërs. En weet je, dat zijn mensen die God als een zaad op ons pad heeft gebracht, in onze grond heeft gezaaid. Die zijn gaan wortelen, gaan groeien, ze gaan bloeien en zijn verandert. En dat is niet ons werk. Wij doen wel de grond. Maar het is God die brengt, het is God die de groei geeft, het is God die verandert. Maar vandaag wil ik ook laten zien, als je hier vandaag bent, en misschien wel voor het eerst op een van onze campus of hier in deze campus, wil ik laten zien dat God jou ziet, dat hij jou kent, dat hij jou in deze gemeente wil zaaien om jou tot groei en tot bloei te brengen. Een paar weken geleden had ik een week die gewoon zwaar was. Gewoon geen leuke week. Alles wat tegen zat, dat zat tegen. En uiteindelijk had ik ook nog een afspraak waar ik absoluut geen zin had om heen te gaan, maar ik moest er wel heen. En juist op het moment dat ik naar de auto wil gaan en mijn bril pak, deze bril die ik op heb en ik pas pak hem opzet bij de vorde van mijn huis, breek de poot van mijn bril af. Ook dat nog. Ik moest op zoek naar mijn reservenbril en overhaast de deur uitstappen. Maar ik baad ervan. Want dit is mijn favoriete bril. Die hou ik van, dit is mijn ding. En als ik online kijk, uitverkocht. Ik contact via, jij weten wel, die tools tegenwoordig van online ding, zo'n helpdesk. Sorry meneer, uit de collectie. En jullie hebben vast wel ergens demonmodellen liggen. Nee, meneer, die hebben we wel, maar nee, meneer, die mogen we niet verkopen. Oké, wat gaan we dan doen? Twee weken, twee dagen later wat, we rijden naar de enige winkel die er is in Nederland in Amsterdam. Misschien, misschien, misschien zit aan een open deur. Dus wij komt in Amsterdam, stelt het verhaal. Ja, meneer, die bril is echt kapot. Ja, meneer, deze bril is uit de collectie. Ja, meneer, we mogen u geen demomodel verkopen. Sorry. Maar zegt hij, weet je wat, ik ga kijken. Misschien heb ik wel twee demomodellen liggen. Er is even in een kelder, bleef lang weg, en dan komt hij dus boven, en hij vindt een demo model. En hij zegt: deze mag je gratis hebben. Dan midden in die week, oh, heer, uw ogen zonder. U ziet me. Wat gaaf. Maar zegt hij, mijn apparaatje om de glazen de bril te krijgen, dat is een verwarmertje, die is kapot. Dus u moet volgende week wel terugkomen. Maar ja, die volgende week past niet in onze agenda. Weet je wat? Ik zeg, we nemen het vreem mee. Wij kennen iemand, die fixt dat wel voor ons. Is het oké voor jou? Prima zegt hij. Hier heb je de bril. Wij lopen gelukkig en gezegend die winkel uit. We lopen nog even door Amsterdam heen over de Kalverstraat. En Ilon heeft bij me en die loopt op de Shin. Zeg: weet je wat we doen? We gaan naar binnen en dan gaan we vragen of ze die billenglazen van je over wil zetten. Ik zeg: oké, jij bent het woord. Ik kom achter jou. Het is al mijn bril, maar jij fikt het. Dus Ilon loop binnen en zegt tegen die man: Ik heb een hele brutale vraag. Ik heb deze beeld niet gekocht, maar dit is het verhaal. Zou je die Billenglazen willen overzetten? Tuurlijk, zegt hij. Waarom zou je dat moeten doen? Tuurlijk zegt hij. En hij komt terug, laatste netjes in. Ik blij. Hij zet die bril op, je wil nog even netjes afstellen, maar ik kan niet meer door die bril heen kijken. Die hele bril is wazig geworden. Dus ik zeg tegen: ik kan niet meer door die kan niet meer door die bril heen kijken. Hij neemt die bril mee, gaat terug in het hokje en hij blijft maar weg, en hij blijft maar weg en hij blijft nog even weg. En ik zit te balen. Ik weet het niet. Maar hij komt terug en hij zegt: de glazen zijn vervormd door het verwarmingsapparaatje. Ze zijn kapot. Maar u krijgt van mij nieuwe glazen. Nou, ik zeg, dat kan echt niet. Ik ben hier binnengekomen met een bril van Erfanders. Jij zet ze over, het is mijn risico. Hij zegt kan zeker wel. En ik ga je nog betere glazen geven dan er nu in je bril zitten. Hoe lang heeft het geleden dat je ogen gemeten zijn? Ja, twee jaar of zo. Hij zegt: kom op, ga zitten. En hij begint mijn glazen op te meten, of mijn ogen op te meten. En ik blijf vriendelijk en hij blijft vrolijk. En terug in de winkel, en hij begint te typen en ik kijk zo'n klein beetje mee. Hij typt al die specificatie van die glazen in. Honderden euro's en de onderkorting 100%. En hij als ze klaar zijn, dan was het natuurlijk zond naar Barneveld. Ik zat daar compleet overdonderd. Deze dag gratis spril, nieuwe glazen, midden in een rotweek. Wat is God aan het doen? Hij laat mij gewoon zien dat hij weet waar ik ben. Midden in een Moeilijke week. Op een zaterdagmiddag in de Kalverstraat in een willekeurige optiekzaak. Maar kijk, toeval bestaat niet. Dus nu is het mijn beurt. Dus ik zeg, dit wordt minstens een verhaal in een van mijn brek. Dat was mijn haak. En dan begint hij te vertellen. Ik was tot geloof gekomen. Ik heb betrokken geraakt in een kerk. Van kerken gewisseld. De verbinding een beetje kwijtgeraakt. Er plots in levensbedreigend ziek. Moest besluiten om binnen 24 uur geopereerd te worden, anders zou die overlijden. Had een revalidatieperiode. Was verhuisd, nu zonder kerk. En ik denk dat hij van binnen dacht zonder het hartop te zeggen, misschien zonder het zelf te beseffen, zou God nog wel weten dat ik bestaan. En ik zei tegen hem: God heeft jou gebruikt om mij te zegenen. Zodat ik jou nu kan zegenen en tegen jou kan vertellen dat je nooit uit beeld bent geweest bij God. Zijn oog is altijd op jou geweest en nog steeds op jou. En daar zaten wij op een zaterdagmiddag in een willekeurige optiekzaak. Ilona, ik en de opticiën en zijn naam is Shanum Webster. Verbaasd van de wetenschap dat God ons ziet. Verbaasd dat zijn tegenwoordigheid die winkel vult, en de wetenschap dat we nooit uit beeld zijn. Ik dacht dat het over een bril ging. Maar God dacht aan iemand die moest horen dat hij nog nooit uit beeld is geweest. En tegelijkertijd dacht God aan mij in een moeilijke week mij dan te herinneren, weet Peter, ik ben in je boot. Vergeet het niet, ik weet waar je bent en hoe het gaat. En als God dat doet op een gewone zaterdagmiddag in Amsterdam op de Kalverstraat, als God dat doet voor mensen die uit uran komen en die hier gezaaid worden als een zaat, dan doet hij het ook voor jou als je hier vandaag in ons huis bent. En dan mag je weten al ben je hier na een lange tijd en ben je de weg lang kwijtgeraakt geweest. God wil vanmorgen tegen jou zeggen: je bent nooit uit beeld geweest en dit is jouw zondag. We gaan naar Johannes 1, vers 43 tot en met 51. In Filippes stond Matanael en zei tegen hem: We hebben hem gevonden: wie over wie Mozes in de wet geschreven heeft, en niet alleen Mozes, ook de prophet. En wie is het, namelijk Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret. En Natanael zei tegen hem, Kan uit Nazaret iets goed komen? En Philippes zei tegen hem, kom en zie. En Jezus zag Nana naar zich toe komen en zei over hem: Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is. En natanael zei tegen hem, Van waar kent u mij? En Jezus antwoord en zei tegen hem, Voordat Philippes u riep en toen u onder de vijgenboom was, zag ik u. En Nanael antwoord en zei tegen hem: Rabbi, u bent de zoon van God, u bent de koning van Israël. Philippes heeft Nathanael gevonden. En Philippes is uitgestad van blijdschap, want hij heeft Jezus gevonden. En hij zegt tegen Nathanaë, als hij hem bevindt. Hij zegt, we hebben hem gevonden over wie Mozes geschreven heeft, en ook al de profeten. En in Deutonom 18, vers 15 staat: er zal een profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals je broeders, zoals ik, zal ik de Heer, uw God, voor u opstaan. En naar Hem moet u luisteren. Israël kij al die jaren uit naar iemand die zal opstaan met gez, met autoriteit en met z'n vinging. Een profeet toch God gezonden. En Filippen zegt hier: ik heb hem gevonden. En dat is hem. En ook de profeet die er altijd over geprofeteerd hebben, de Messias, de Verlosser, de held, de koning die gekomen, dit is hem en ik heb hem ontmoet. Maar Dan is helemaal niet onder de indruk. Hij zegt, ah, man kan er uit nazrikken goed komen. Hij kan er uit doorbrekers hier in Barneveld of Lokems. Kan daar iets goeds uit voortkomen? Absoluut niet. Maar het mooie is dit: Philippes gaat niet in discussie. Philippes gaat niet zeggen: jij hebt Jezus nodig. Philippes gaat hem niet veroordelen. Hij zegt heel simpel dit: kom en zie. Hoe kun je een mening hebben over iets wat je niet gezien hebt? En het enige wat wij tegen mensen hoeven te zeggen, is: kom en zie. Want ik heb Jezus ontmoet, daar en ik ervaar hem iedere week in dat huis. En daar kunnen ze alles van vinden en dan kun je zeggen, maar kom en zie. 85% van de mensen die tot geloof komt, komt tot geloof in een huis, in een gemeente. En is dan gekomen door persoonlijke uitnodiging. Niet door reclame. Not adverteren. Persoonlijke uitnodiging. Dat is het meest krachtige. En dat is wat Philippus hier doet: 85%. Wanneer hebben wij voor het laatst iemand meegenomen? We hoeven mensen niet te overtuigen, we hoeven mensen niet te pushen. Je kunt gewoon zeggen: kom en zie. En als er vrienden van je zijn, kun je gewoon zeggen. Je bent een vriend van me. Ik zou gewoon graag willen zien dat jij ziet waar ik zo enthousiast over ben. En dat is meer dan genoeg. En dan ziet Nathanael. Jezus ziet Nathanael aankomen. En Jezus zegt over Nathanael in Johannes 1, vers 48. Hij zegt dit over Nana. Zie in Israëliet in wie geen bedrog is. Geen bedrog. En dat aanel reageert. Ja, maar wacht even. Hoe kun je dit zomaar over mij zeggen? Hoe kun je zomaar over mij zeggen dat ik iemand ben die geen bedrogen is? Hoe kan dat? Hoe weet je wie ik ben? Waar komt dit vandaan? Ik denk niet dat Jezus precies zei wie Hij was. Ik denk dat Jezus overprofiteerde wie hij bedoeld was om te zijn. Wie Hij diep verlangde om te zijn. Want Jezus is aangekondigd als een profeet door God gezonde. En let op wat Jezus niet doet. En jou het niet met jou zal doen. Hij heeft het niet over het falen. Hij heeft het niet over de twijfeling. Hij heeft het niet over de worsteling. Hij heeft niet het over het ongelooflijk, je hebt eerst gezegd het is allemaal niks waard. Niets ervan. Want iemand die is gekomen om te redden, die gaat niet oordelen. En wij moeten leren als mensen om andere mensen niet te oordelen. In geen enige situatie waar ze in zitten. Kijk, stel dat je een redder bent en jij zit en zit iemand klem in een auto, die tegen een boom is gereden en ze klem in de auto en de redders komen bij de auto. Degene die in die auto zit, die heeft het echt niet nodig om te vragen: hoe ben je hier gekomen. Hoe heb je zo dom kunnen zijn? Waarom heb je gedronken? Waarom reek je te hard? Waarom dit? Waarom dat? Je zit niet te wachten op jouw mening en daarmee op jouw oordeel. Wij moeten leren om ons oordeel in te slikken. Al denken we van alles. Wat de persoon nodig heeft die in het wrak zit, is dit. Ik ben er om je te helpen, ben je niet bang. Het komt goed. Ik krijg je hier wat uit. En dan zegt Jezus iets bijzonders. Hij zegt tegen Filippes: voordat jij onder de vijgenboom was. Voordat Filippus riep, toen hij onder de vijgenboom was, zag ik u. Kijk, Nathanaë was ergens privé. Die zat onder een vijgenboom. We weten niet wat hij daar deed onder die vijgenboom. De Bijbel zegt dat niet. Maar hij zat alleen. En misschien zat hij daar gewoon te bidden. Heer, help mij, het lukt niet meer. Misschien zat hij gewoon te balen dat hij deze week weer ergens gestruikeld is en dat hij dingen heeft gedaan die hij niet wilde doen, maar toch heeft gedaan. Misschien was hij teleurgesteld ten mensen dat hij gewoon echt even tijd voor zichzelf nodig. Misschien worstelde hij gewoon met wie hij was en denkt: ja, is het allemaal wel de moeite waard, wil ik hier nog wel zijn. En Jezus ziet jou deze morgen onder jouw vijgenboom. Hij benoemt het niet. Hij zei van ik weet precies waar je zit en ik weet wie jou bent. En het Hanel die reageert. Want het is te veel toeval. En als je vanmorgen zit, er is te veel toeval waar het vandaag hier net over gaat, je bent nooit uit beeld geweest. Hij weet precies wie je bent. Hij weet precies waar je mee worstelt. En daarom heeft Natanael maar één reactie. Zijn reactie is: Rabbi, u bent de zoon van God. U bent de koning van Israël. Weet je, er is geen twijfel. God is in dit huis vandaag. En hij is hier en hij adresseert jou. En het mooie is dit: Nanael wordt niet gezien vanwege zijn grote geloof. Natana werd gezien voordat hij in Jezus geloofde, en Jezus laat zien dat hij natanaal kende voor zijn geloof en dat is genade. Maar kijk, Natanael zit onder die vijgenboom, en ook dat is geen toeval. Want Adem en Eva. Toen ze een probleem creëerde voor zichzelf, die bedekte zich met vijgenbladeren. Dat zaten ze. Onder de vijgenboom. Ze worstelen met het leven op dat moment. Ze worsten met elkaar. Wie ben ik? Wat is er voor ons gewonnen? Waarom werkt het niet meer? We zijn boos op elkaar die bennaakt allemaal problemen. En dan horen ze God nog door de tuin heen wandelen het probleem alleen maar groter. Schuld, schaim, angst. En dan klinkt de vraag van God: hé Adam, waar ben je? En het was natuurlijk geen informatievraag. Dat was gewoon een vraag om Adam aan het praten te krijgen. Want hij weet precies waar Adam zit. God zoekt ook van morgen. En hij stelt een vraag: en het punt is dit: Adam gaat het gesprek aan. Adam gaat het gesprek aan met God. En mijn vraag aan jou is: ga je vanmorgen het gesprek aan met God? Of blijf je zeggen van bestaat u wel? Jij worstelt met van alles. Jij zit met van alles. Jij zit met vragen. Vanmorgen hier en God zegt tegen jou: wat ben je? Hij wil het gesprek met je voeren deze morgen. Dus blijf je nou twijfelen over ze staan of ga je nou met hem praten vanmorgen. En Adam. Die zegt: Ik was bang. Ik ben bang. Ik ben naakt. En dan zegt hij: ik scha me, daarna verstop ik me. Maar zie je dat het gesprek het begin is van de oplossing. Hij is niet bang, ja, hij is misschien wel bang, maar hij begint te vertellen wat hij voelt, wat hij denkt en wat hij ervaart. Zeg even tegen God je gedachte van: Heer, zo voel ik me. Dit is wat ik ervaar. En dit is wat ik denk. Dit is wat ik voel. Dit is wat ik ervaar. Dit is wat ik denk. Dan heeft God de volgende vraag voor je. Wie? Niet wat? Niet omstandigheden, maar wie heeft jou verteld dat je naak bent. Wie heeft jou verteld wat jij denkt over jezelf? Wie heeft jou dat verteld? Niet welke omstandigheden hebben dat veroorzaakt. Van de omstandigheden waren duidelijk altijd van de boom gegeten had en niet moedezant. Niet wat hij zegt, maar wie? Wie is die stem in jouw hoofd? Wie is die stem in jouw gedachte? Wie is die stem die jouw negatief maakt? Wie is die stem die jou depressief maakt? Wie is die stem waarom je zelf waardeloos vindt? Wie is die stem waarom je twijfelt aan je identiteit? Wie is dat? Dat is de vraag die God jou stelt. Maar ja, Adem gaat niet in op de vraag. Eva, Eva, slang. Aem zegt, eigenlijk het echt probleem is: het is die vrouw die je gemaakt hebt met andere woorden, u hebt het gedaan. Dat is een gesprek wat heel veel mensen nog steeds voeren. Ja, iemand heeft mij dit aan gedaan. Het is mijn opvoeding, het is mijn verleden, het zijn mijn omstandigheden. En je bent er zo beroet aan toe. Maar ja, bestaat die wel? Want als je zou bestaan, waarom is de wereld dan kapot? En waarom is het dan honger? En waarom is het een oorlog? En als je dan zou bestaan, dan zou dit toch allemaal niet gebeuren. En als dat was gebeurd dan dit, en waarom? En waarom waarom staat u naartoe? Ja, waarom stond u toe? Waarom stond u even toe om van die boom te eten? Waarom hebt u je hand eraf gehad? Had u toch gewoon kunnen doen? Je bent toch al machtig? Ja, daar kun je heel lang aan blijven doordraaien. Maar de vraag van God is: wie zegt dat? Wie is die stem? En God luistert gewoon naar het hele verhaal van Adam en Eva. Mijn vraag is opnieuw: ga je vandaag het gesprek aan met God? Wat je denkt, wat je vindt, wat je niet begrijpt, want dat gesprek is het begin van gelo. Want gelo is niet op alle vragen antwoorden. Geloof is gewoon weten dat Hij bestaat. Geloven is weten dat Hij bestaat. En groei een geloof is het gesprek met hem aangaan, wat jij voelt, wat je denkt, wat je ervaart en waar je twijfelt. En hij luistert. Het mooie is dit: Adam krijgt geen aanklacht terug van God, maar God geeft hem een belofte. Hij zegt: de mens die komen zal. Jou geboren zal worden, die zal alles gaan veranderen. En dan moet er een dier sterven, zodat de mens opnieuw gekleed kan worden. Dat is het antwoord. En dat is het hele evangelie in de zin. Er moest een dier sterven, zodat de mens bekleed kan worden. En stierf een dier, zodat Adam en Eva konden leven en konden doorgaan met hun leven zonder schuld, zonder schaamte, zonder veroordeling. Er is iemand gestorven voor jou. Zodat jij, ondanks al je vragen, al je moe, al je twijfel, kan opstaan en kan doorgaan met het leven wat God voor jou bedoeld heeft. God zoekt. Adam ging het gesprek aan. Nathanael ging het gesprek aan. Ga jij het gesprek aan. We verhalen de Bijbel over Philippes. Filip is een evangelist, succesvol in de stad. Maar God zegt tegen hem: sta op, ga naar het zuiden, naar de weg van Jeruzalem, naar Gaza. Ga naar Amsterdam, wandelen over de Kabafstraat, dit is de zaak, daar moet je naar binnen. Wij moeten ons bewust zijn, er zijn geen toevallige ontmoetingen in ons leven. Er zijn geen toevallige ontmoetingen op je werk, niet op je school, niet in de winkel, niet in het restaurant. Niet de oben die aan je tafel staat, niet de kapper die je haar knipt, niet die collega die stiller is dan andere dagen. De vraag is: wat doe jij? En deze man die Filip, loopt daar. En er komt een man voorbij, dat is de Ethiopië. Die rijdt daar niet toevallig. Hij was al lange tijd in beeld bij God. Hoog ambtenaar succesvol. En hij was helemaal net Ethiopië in Jeruzalem geweest. Want hij was op zoek. Er was iets, er is iets. Ik weet niet wat. Ga naar Jeruzalem. Moorden oude gebouwen gezien, hoop religie gezien. Geen antwoorden gekregen, toch maar een boekrolletje gekocht. En ik ga wat lezen. En hij leest op de wagen hardop uit die boekrol. Handelingen 8 vers 32. Hij is als een schaap naar de slachting geleid, zoals een lam stemloos is van hem die iets geert, zo doet hij zijn mond niet open. In zijn veredering werd zijn orde weggenomen. En Filippus hoort het en die zegt: man, begrijp jij wat je leest? Begrijp je wat je leest. En die man kijkt op en die zegt: Hoe zou ik kunnen als er niemand is die mij de weg wijst. En de vraag: wij hoeven de evangelie bij andere mensen niet tot een strot heen te duwen. Het enige wat je hoeft te vragen is: heeft iemand je ooit de evangelie uitgelegd? Dan krijg je ja of nee. Zou je het willen horen? Dan krijg je ja of nee. Dat is de open deur. Dat is het enige wat je hoeft te doen, een weg vinden om met mensen over het evangelie praten, zoals ik het deed, indirect. Dit komt in een preek, en dat is de zaad wat je uitgooit en je kijkt of er iemand had, en hij habt en hij begint te vertellen. Ik zal het op zondag op maandag in Amsterdam lopen op vrijdag of komt in de winkel erg anders of in een restaurant en zegt: Oh, vrije dag, zeg ik nee, ik heb gisteren gewerkt. En soms zegt ook fijn. En dan zeggen ze: wat doet je dan? En dan begint het verhaal. Dat is hoe ik het doe. En dan Filippus begint hem Jezus te predigen. Nou, hij Filip zijn prediking kent, hij predikt het Koninkrijk van God en Christus in de stad waar hij net vandaan kwam. Dus wat heeft hij gezegd? Die man waar je het over hebt, want Filip zegt: heeft het over zichzelf of heeft hij over iemand anders. Ik zeg ze: nee. Dit gaat over iemand anders, dit gaat over Jezus. Er is een mens in deze wereld gekomen, die is gestorven, begraven aan gestorven aan het kruis, geslacht als een lam. Hij was onschuldig, maar hij deed dat voor mensen die schuldig zijn. Er gaat een Koninkrijk komen in deze wereld die aan elkaar valt. Er gaat een nieuw koninkrijk komen, er gaat een nieuwe wereld komen. En daar is hij de koning van. En je bent bedoeld om deelte van het Koninkrijk. En dan is de logische vraag van ja, hoe werkt dat dan? Dat is heel simpel, zegt Filippes. De Bijbel zegt: je bekeert je tot Christus, je laat je dopen in zijn dood en opstanding. En dan krijg je giften van hem. Dan ga je vreugde krijgen, dan ga je vrede krijgen, dan ga je gerechtigheid krijgen, dan ga je de Heilige Geest ontvangen, dan gaat je leven veranderen. En je bent tegelijkertijd klaar voor het Koninkrijk dat komt. En de vraag van de kamerling de Ethioperi is dit. Wat verhindert mij om gedoopt te worden? Hij heeft begrepen in één moment wat het is om in Jezus Christus te geloven, niet is een stap die ik ooit een keer doe, hij heeft het evangelie gehoord. Hij begrijpt dat je het hele evangelie ontvangt. Als je je bekeert tot Jezus, je laat dopen zijn dood en zijn opstanding, dan krijg je alle giftier bij het Koninkrijk ontvangen. Hij denkt men dat wat ik wil hebben. Die man heeft voor het eerst evangelie gehoord. Voor het eerst. Die zijn hele leven voor het eerst. En hij snapt het in één keer. Wat verhindert mij om gedopt te worden? Dat wat Filippus spreekt, dat wil ik hebben. En het antwoord is simpel. Ook voor jou vandaag. En Philippus zei: als je met je heel je hart gelooft, is het geoorloofd. En er komt een simpele beleidenis. Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. Dat Daniel zei, u bent de koning. U bent de Messias. U bent de koning van Israël. U bent de zoon van God. Geloof jij dat Jezus Christus de Zoon van God is? Hij wordt ter plekke gedood. Hij gaat blij naar huis. Maar jij gelooft dat Jezus Christus de zoon van God is, heb je dan ooit de daad bij het woord gevoerd. Hoe ga jij naar huis vandaag? Adem zat met een hoop vragen, maar ging bekleed naar huis en kon weer leven. Filippus hier, niet Filip is met die kamering had een hoop vragen. Filippus geeft antwoord op die vragen. Hij voegt daad bij woord en de Bijbel zegt en hij ging blij naar huis. Hoe ga jij naar huis vandaag? Die kameling werd ter plekke gedaupt. Dat vast droge kleren bij zich. Ja, jij misschien niet, maar wij hebben ze voor je klaarleggen. Je kunt vandaag blij naar huis. Je kunt vandaag bekleed naar huis. Want de rode draad in de Bijbel is niet dat mensen God vinden. Nog een keer. De rode draad in de Bijbel is niet dat mensen God vinden. De rode draad in de Bijbel is dat God mensen vindt. En Hij heeft jou vandaag hier gevonden in dit auditorium. Of op een van onze locaties. Hij heeft jou gevonden. Ga je het gesprek met hem aan? Hij wil je bekleed naar huis brengen. Adam ging gekleed in dieren vellen. Als we laten dopen, gaan we bekleed met Christus met de bloed van het Lam dat geslacht is op het kruis. Adam is gevonden. Nathanaël is gevonden. En de Ethiopiër is gevonden. De Optien is gevonden. De Iraniërs zijn gevonden. En vandaag ben jij gevonden. Vandaag ben jij gevonden. God, stel jou de vraag vandaag. Wil je bekleed naar huis? Adam ging met dieren vellen die geslacht werden. We laten dopen gaan we met bekleding van Jezus Christus, die voor ons gestorven en begraven is. Dat is de essentie van je geloof. God ziet jou. Hij veroordeelt je niet. Hij zegt tegen Nathanael: ik zie een Israëliet in wie geen bedrog is. Later zegt Jezus tegen zijn discipelen: moeten we dan ons helemaal laten wassen, zegt hij: Nee, jullie zijn rijn vanwege het woord dat ik over jullie gesproken heb. God spreekt je vandaag vrij van jouw verleden. Hij spreekt jou in jouw toekomst. En het is aan jou om op Hem te reageren in de wetenschap dat Hij hier is. Hoe ga jij naar huis? Als jij vandaag naar huis wil, bekleed met Christus, we gaan nu aan binnen, daar is het licht, het lampje. Maar jij weet wie je bent, waar je vandaan komt, of je vandaag voor het eerst komt, net zoals deze kamerling. Of dat je nog onder je vijgenboom zat tot vanochtend toe, met al je vragen. De verandering komt op het moment dat jij je laat dopen in zijn dood en opstanding en werkelijk gelooft dat Jezus Christus de Soon van God is. Als je dat snapt, dan wil je deel zijn van zijn dood. Dan wil je deel zijn van zijn opstanding, en dan weet je, ik ga giften krijgen en die gaan me blij maken. We gaan zingen: daar is het licht. Amen.