DoorBrekers
Luister hier naar alle recente preken van DoorBrekers. DoorBrekers is een kerk. Wij zijn een kerk voor iedereen, ongelovig, zoekend en gelovig. Bij DoorBrekers ben je welkom zoals je bent en mag jij volledig jezelf zijn. Wij accepteren iedereen zoals God iedereen accepteert. We vertrouwen erop dat deze preken je bemoedigen en inspireren. Meer informatie over DoorBrekers vind je op doorbrekers.nl
DoorBrekers
Wat gaat jou dat aan? Volg jij Mij! - Peter Paauwe
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
In moeilijke seizoenen is het verleidelijk om jezelf te vergelijken met anderen. Waarom lijkt hun leven gemakkelijker? Waarom ervaren zij wel een doorbraak en jij nog niet? In deze krachtige boodschap laat de Bijbel zien dat Jezus steeds dezelfde uitnodiging geeft: "Wat gaat jou dat aan? Volg jij Mij."
Aan de hand van het leven van Petrus ontdek je hoe Gods aanwezigheid belangrijker is dan perfecte omstandigheden, groot geloof of lange gebeden. Jezus blijft trouw, zelfs wanneer wij twijfelen, struikelen of terugvallen. Hij roept je niet op om harder je best te doen, maar om Hem te vertrouwen, je over te geven en te leven vanuit Zijn aanwezigheid.
Deze preek helpt je om los te komen van vergelijking, angst en onzekerheid, zodat je opnieuw leert wandelen in geloof, rust en vertrouwen. God heeft jou bij je naam geroepen, kent jouw bestemming en belooft: "Ik zal bij je zijn."
Jaren geleden verloor ik mijn baan. En als ik dan soms langs het bedrijf reed waar ik werkte, realiseer ik mij hoe het leven van mijn vrienden en van mijn collega's gewoon doorging. Maar mijn leven stond in mijn beleving stil. En misschien staw leven vandaag ook wel stil. Slecht nieuws gehad van een dokter en je denkt waarom ik. Of je bent gezakt voor je examen en je denkt waarom zij wel, en waarom ik niet? Het zijn vragen die blijven terugkomen in het leven. Jaren later toen ik het bedrijfsleven ging loslaten voor mijn roeping. En dan kwam dan zeker in het begin ondernemers tegen of succesvolle professionals die het goed voor elkaar hadden. Dan kwam mij de vraag weer omhoog. Waarom kunnen anderen gewoon doorgaan met hun leven en het goede leven leven in het bedrijfsleven? En waarom moet mijn leven er anders uitzien? En ik kwam erachter dat Petrus precies dezelfde vraag aan Jezus stelde over Johannes. En Jezus gaf hem hetzelfde antwoord als aan mij. En het antwoord was dit. Wat gaat jou dat aan? Volg jij mij. Wat gaat jou het aan? Wat andere mensen kiezen. Welke keuzes andere mensen maken en wat andere mensen doen. Al begrijp je er geen ballen. Wat gaat jou dat aan? Volg jij mij? Sto met oordelen. Sto met vergelijken. En begin met volgen. Na vorgelige weken hebben we steeds gekeken naar verhalen van mensen die door Jezus werden gezien, voordat ze überhaupt doorhaden dat ze door Jezus werden gezien. Mensen voor wie Jezus pad zonder dat ze doorhaden dat Jezus voor hen pad. Onder andere Nel, maar ook de discipelen in de storm. Zij zat in de storm, maar Jezus pad op een berg zonder dat ze het door hadden. Jezus zag hen al en wandelde over het water naar hen toe. Maar zij zagen en spook en zij schreeuwen van angst, maar het was gewoon Jezus. En wat ik dan mooi vind, is dat Jezus hun wonkelig geloof niet veroordeelt en er niet van alles van vindt. En ze niet op een cursus stuurt. Vijf stappen naar grote geloof. Hij zegt: vrees niet, ik ben het. En ik vond het zo mooi dat hier in de aanbinding in Pannenveld omhoog kwam. Het gaat maar over één ding: het bewustzijn van zijn aanwezigheid. Hij was net zo goed net thuis op het toilet. Dat hij hier is in het auditorium. Het enige verschil is de mate waarin jij bewust bent van zijn tegenwoordigheid. Wij zijn altijd in zijn tegenwoordigheid. Maar goed, je zei vrees niet, ik ben het. En elf geloofde in Jezus woorden hebben we gezien. En alleen Petrus in zijn ongeloof zei: als u bent, geef mij dan een teken. En natuurlijk krijgt hij zijn teken, want het was Jezus. En hij wandelt bovennatuurlijk op het water. Dankzij Jezus. Kunt je je voorstellen? Windt u het Jezus, zeg dan kom. En dan wandel je bovenatuurlijk op het water richting Jezus. Niet dankzij jouw geloof. Maar dankzij het feit dat Hij het is en Hij daar aanwezig is. Peers wonderde niet door zijn geloof. Hij wonderde door de aanwezigheid van Jezus op het water. En als hij dan door het water zakt, vertrouwt Hij niet op diezelfde aanwezigheid van Jezus. Die hem over het water dit wonde. Dan roept hij: Heer, red mij. En Jezus noemt Petrus een kleingelovige. Maar let dan op: hij verhoort het gebed van een twijfelende kleingelovige discipel. Hij verhoort het gebed van een kleingelovige twijfelende discipel. Maar deze sleutel in dit gebed wat heel kort is, wat mij opviel is dat als hij door het water zakt, dat hij niet zegt. Want in het daagse omgang was het toen gewoon: hey Jezus en hé Simon en Jezus klap op de schouder. Ze waren vrienden. Maar toen hij door het water zat, je niet: Hey Jezus red mij. Hij zei Heer. Hij noemde niet bij zijn naam. Hij riep Jezus aan wie Hij is. Hij roept niet Jezus bij zijn naam. Hij roept Jezus wie Hij is. Hij mocht dan twijfelen of zol hij zonder gebed door Jezus gered zou worden, maar hij twijfelde niet aan wie Hij is. Want op dat moment sprak hij in geloof wie Jezus is. Heer, Koning over de storm en over alles. Hij dacht alleen dat het nodig was om te vragen om gered te worden. Terwijl hij net dankzij dezelfde aanwezigheid over het water liep, denkt u nu dat hij moet vragen om gered te worden terwijl dezelfde aanwezigheid er is. Peters had niet vijf sleutels nodig voor een verhoord gebed. Hij had ook niet vijf stappen nodig naar een groter geloof. Want voordat je dat weet, ben je bezig met verkapte werken. Wat moet jij doen om jouw gebedverhoring en jouw doorbraak te krijgen. Jezus verhoort hier het gebed van een twijfelende, kleingelovige discipel in de omstandigheden. De omstandigheden overweldigen, maar hij gelooft nog steeds in wie hij is. Jezus zegt tenslotte, als hij zijn disciple onderwijs, als ze vragen: heer, hoe moet we nou bidden, zegt hij, hé jongens, bid kort. Dat deed Peters in ieder geval. Hij had zijn les geleerd. Je zegt bid niet als de ongelovige. Hij zegt: voordat je bidt, weet de vader al wat je nodig hebt. En dan zegt hij: kijk naar de vogels. Kijk naar de bloemen op het veld. Heeft wel eens gealiseerd dat de vogels en de bloemen op het veld niet bidden. Jij is misschien wel meer bewust van Gods aanwezigheid dan wij. Jezus zegt: kijk naar de bloemen en kijk naar de vogels. Als Gods aanwezigheid zo zorgt voor de bloemen voor de vogels? Waarom wacht jij je dan zorgen over iets? Is het dan niet voldoende dat hij gewoon altijd aanwezig is? Is zijn aanwezigheid genoeg voor ons? Of denken we nog steeds dat we moeten bidden en vragen wat we nodig hebben? Dat we moeten bidden en vragen voor wonderen en voor doorbraken. Of bidden we, zoals Jezus bad boven de berg och vroeg, gewoon bewust van de gemeenschap met zijn vader wie God is, in overgave en in vertrouwen wie Hij is. Ik geloof dat er een groei voor ons zit in het bewust worden van wie Hij is en waar wij ook zijn dat we in zijn tegenwoordigheid zijn en dat we ons daadwerkelijk over niet zorgen hoeven te maken en dat we dat werkelijk kunnen losleggen in een overgave in zijn honden en dat Hij het wel doet. En dat het niet van jouw geloof en niet van jouw bidden afhangt, maar van jouw bewustheid van wie Hij is en jouw vertrouwen in wie Hij is. In plaats van jouw werken om te krijgen wat Hij jou wil geven. Eigenlijk ken je dan weer wel in Petrus, moet ik zeggen. Misschien jij ook wel. Hij gelooft, hij twijfelt, dan gehoorzaamt hij, dan struikelt hij. Dan staat hij weer op, struikelt hij nog een keer. En toch geeft Jezus hem nooit op. Want Jezus is ook trouw als wij niet trouw zijn. En ik wil je even meenemen naar Jezaja 43. Ik zag daar een profeetisch patroon in een paar weken geleden. En als het leef maar nu zo zegt de Heer. Let op uw schepper Jacob. En dan heeft u nog een keer uw formeer Israël. Wees niet bevrees, want ik heb u verlost. Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van mij. En wanneer u zult gaan door het water, ik zal bij u zijn. En door de rivieren, zij zullen u niet overspoelen. En wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, en geen vlam zal u aansteken. Maar even kijken in dit Bijbelgedeelte. God noemt hier in de Bijbel twee namen. Het gaat over dezelfde persoon. Hij noemt Jacob en hij noemt Israël. Hij noemt zich de schepper van Jacob. Hij noemt zich de schepper van de bedrieger en de worstelaar. Maar hij noemt zich de formerer. Scheppen is iets dat niets maken, formeren de vormer, maar hij noemt zich de vormer van Israël. De overwinnaar. Dus God schept ons. En vervolgens formeert hij ons in onze bestemming. Je ouders gaven je een naam. Maar God noemt ons onze bestemming. En dat is genade. En dan zie je hier in het Bijbelgedeelte: als je dan weet wat je bestemming is, hij beloof je nooit een leven zonder storm. Hij belooft je een leven in zijn aanwezigheid. Maar je moet kijken hoe hij hier spreekt in het Bijbelvers. Hij spreekt alsof het al gebeurd is. Ik heb u verlost. Laat we pas als je voordat u überhaupt praten wordt toch, zeg je ik heb u verost. Ik heb u bij uw naam geroepen. Niet ik wil, ik zal, ik heb u bij uw naam geroepen. En u bent van mij. Dus van de dag van je geboorte zegt God iedere dag tegen jou: ik heb u verost. Niet ik zal, ik heb u verlost. Ik heb je bij je naam geroepen en u bent van mij. Dat geeft een hoop rust. Maar dan moet je kijken, dan gaat hij vervolgens over de storm praat. Praat hij anders. Dan geeft hij zekerheid in zijn moeilijke omstandigheden en hij zegt: ik zal bij u zijn. Dus Hij heeft ons verlost, Hij heeft ons geroepen. Wij zijn van Hem allemaal gebeurd. De stormen komen later, maar Hij belooft van tevoren dat wij die bij naam geroepen zijn en van Hem zijn en zijn eigendom zijn, dat als die stormen komen, dat Hij bij ons zal zijn in die storm in zijn aanwezigheid. En dat we dus ons nooit zorgen hoeven te maken als we ons bewust zijn van zijn aanwezigheid. En als hij ons bewust zijn van een aanwezigheid en dat Hij alles weet en dat Hij alles ziet, dan weet je dat Hij jouw gebeden niet nodig heeft om je te verlossen. Want hij is je vader in de hemel die continu zijn ogen op zijn kinderen heeft. En een vader die zijn kind langzaam naar het randje ziet lopen, die blijft kijken, maar die zal altijd voorkomen dat je over het randje heen gaat. Ik zal bij u zijn. Ik zal u redden. Ik zal u verlossen. Jezus geeft ons nooit op. Hij is altijd bij ons. Dus geloof en vertrouwen is niet zelf bepalen en willen bepalen hoe en wanneer God jouw storm oplost. Geloof en vertrouwen is jezelf overgeven aan wie Hij is en het besef dat Hij aanwezig is en in Zijn naam. Hij is trouw ook als wij niet trouw zijn. En als de omstandigheden waar we in zitten onze eigen schuld is, is Hij nog steeds trouw. Hij laat hij ons nog steeds niet zitten. Het is een echte vader. We gaan naar Hebreeë 11 vers 6. Zonder geloof is het echt onmogelijk. Onmogelijk onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, is. En hij beloont wie Hem zoeken. De eerste vraag is dan: wie is hij dan? Nou, een van zijn namen om te beginnen is: Hij is hier. Dat is de naam van hem. Hij is hier. Dus als je gelooft dat Hij is, dan weet je dat Hij hier is en dat je niet ver hoeft te zoeken. Het enige is dat je Hem niet ziet op dit moment in de omstandigheden waar je in zit, maar Hij is er wel. Wij wachten en bidden dit alsof Jezus of God is komt bezoeken om ons aan te raken. Nee, Hij is daar waar jij bent. Alleen je ziet hem niet je ervaten, met je ziet misschien een spook, zoals de discipelen, maar Hij is er wel. Wie in Hem gelooft, moet geloven dat Hij is. Het begint met te geloven dat Hij hier is, en dan wie is hij nog meer? Hij is de redder, Hij is de dokter, Hij is de voorziener. Hij is hier aanwezig. En nu komt de vraag: vertrouw je dan de dokter? Wat betekent dat je de dokter vertrouwt? Dat betekent dat hem het werk laat doen, ik weet hoe we tegenwoordig werken doen. We gaan naar de computer en we tikken alles in en dan weten we wat we komen gaan bij de dokter. Doktor, dit is wat ik heb en dit is wat je me moet voorschrijven. Hoe dan een doktervrouw hoe leuk je dat vindt als je dat doet. Al die eigenwijze mensen tegenwoordig die alles weten van internet. Wat ben je ook precies hetzelfde God? Hé, dit hebben we. Dit is de Q. Dit moet je doen. Ben jij de dokter of ben ik de dokter? Ben jij God of ben ik God? Bepaal jij precies het moment? Mag ik het moment bepalen? Maar wat ik ook zie hier is dit. Zoeken doe je niet vanuit twijfel. Maar er staat hier, hij beloont wie hem zoeken, maar je gaat pas zoeken als je gelooft wie hij is. Dus zoeken doe je vanuit de zekerheid van wie hij is. Je hebt genezing nodig. Zoek je hem als de dokter en de wetenschap wie hij is. Je zoekt hem in de situatie waar je in zit. Hij is er, maar je ziet het alleen nog niet. Ik heb even ruzie met mijn techniek. Maar als we dus zoeken wie Hij is, dan zoeken we hem dus niet voor het wonder. Je hoort met ze: ja, maar ik geloof in het wonder. Ik geloof in de voorziening. Ik geloof in de genezing. Nee, je gelooft in wie Hij is. En je zoekt niet wat Hij voor jou kan doen. Je zoekt wie Hij is. En je zoekt gemeenschap met Hem. En je gaat aan zijn voeten zitten en je praat wie Hij is. En als je hem dan langzamer handt doordat je met hem in gemeenschap zit en begint te zien wie hij is in jouw omstandigheden. Dat is waar het onder begint. Dat is waar de verandering komt. Maar laten we teruggaan naar Petrus. Johannes 1, vers 42. En hij leidde hem zelf als het met aanheil tot Jezus. Wanneer hebben wij dan weer iemand bij Jezus gebracht? Jezus kijkt hem aan en zei: U bent Simon, de zoon van Jona, dat is de naam die je vader in gegeven heeft. Je bent Simon en je vader heette Jona. Maar Jezus zegt, Ik geef je bestemming. U zult keef vastgenoemd worden, wat vrij vertaald wordt met Petrus. Jacob wordt Israël. Simon wordt Petrus. Simon, ik heb u bij naam geroepen. Simon was een visser, was impulsief, was onstabiel. Maar zijn bestemming was Petrus, een rots, een apostel, een visser van mensen. God roept je bij je naam. Maar vervolgens profiteert je bestemming, profiteert hij zijn bestemming over je. En het mooie hier is: je bestemming is niet afhankelijk van jouw werken. Peter heeft nog niks van elkaar gebakken. Hij komt alleen kijken op een woord van zijn broer. Misschien ben je vandaag alleen gekomen om te kijken. Maar God profiteert bestemming over je. Je bent van mij. Ik heb je met je naam geroepen, ik heb je verlost, en ik zal bij je zijn waar het leven omheen gaat. Hij profiteert bestemming over je. Je bent alleen maar gekomen om te kijken, maar God spreekt bestemming. Kijk, Peter reageert door te gaan kijken, en Jezus reageert door bestemming te benoemen over zijn leven. Als wij tot Hem naderen, nadert Hij tot ons. Zie je, God ziet Jacob, maar hij heeft bestemming is Israel. God ziet Simon, maar zijn bestemming is Petrus. En we zien natuurlijk Petrus in de storm. En dan weten we nu dat Jezus nooit of God is nooit auorder van die storm is. Maar hij gebruikt die storm wel om Petrus te vormen. Hij gebruikte de storm in Jacobs leven om hem te vormen tot Israël. Hij gebruikt de storm in Petrus leven of Simons leven om hem te vormen tot Petrus. Dus de omstandigheden waar je in zit, komen we misschien niet bij God vandaan. Maar hij gebruikt ze wel om je te vormen naar de bestemming die hij heeft op jouw leven. En dan mag natuurlijk een nieuwe naam hebben. Maar dat betekent niet uitermaat dat je een nieuw gedrag hebt. Dat zien we bij Petrus in het verhaal van die storm. Het verhaal van ook als u het dan bent, roep dan kom en dan komt hij, en dan moet hij volgende derden, red mij en dan zegt Jezus een klein gelovige, wat zie je bij Peters? In een moment heeft hij dus geloof, het andere mand heeft hij ongeloof en dat allemaal in een paar minuten. En ik heb maar even op mezelf het Peterspatroon genoemd, omdat ik steeds bij hem zie terugkomen. Het grootste geloof en de diepste twijfel liggen bij Peter soms gewoon palm naast elkaar. Niet omdat hij twee gezichten heeft, maar die een mens is, zoals jij. Op het ene moment zegt hij, u bent de Christus, u bent de Zon van God. En Jezus, en weet je gewoon, dat heb je van de Vader rechtstreeks gekregen, en twee tellen later zegt Jezus tegen Petrus: en nu spreekt Satan door je heen. Zelfde Petrus binnen enkele minuten. Even later, na drie jaar zegt hij tegen Jezus: als ik met u zou moeten sterven. Zou ik u beslist niet verlogen? Peter is zo klaar met zijn overgave. Hij heeft zich helemaal overgegeven en die ben ik en ik volg u. Ik ben bereid om voor u te sterven. Perser was radicaal. Ik ben klaar om voor u te sterven. En in diezelfde nacht. In diezelfde nacht, ik gezoek van, heer, ik ga het nooit meer doen in diezelfde nacht. Volgende dag. Maar hij begon zichzelf te vervloeken. We hebben het hier niet even over van ik weet niet wie die is, hij begon zichzelf te vervloeken, hij begon te zweren. Ik ken die mens niet. Hij had een paar uur ervoor gezegd, ik ben bereid om voor u te sterven, en nu met vloeken erbij, zegt hij weet niet geen wie die man is, is dat ongeloof? Ik denk het niet. Ik denk dat het gewoon extreme ontkenning is, omdat je laat leiden door zelfbescherming en door zijn angst. Hij dacht dat hij klaar was om te sterven voor Jezus. En het enige wat Jezus hem laat zien: je bent lang niet zo ver als je denkt dat je bent. Je denkt dat je heel radicaal bent. Als je met je bepaaltje komt, ben je helemaal niet zo radicaal. Je bent helemaal niet in staat om alles te geven. We denken die Heer, ik geef alles aan nu. Zullen we dat dan doen vandaag? Auto achterlaten, bankrekening inleveren, kleren inleveren, vakantie inleveren, auto laten staan. Nou doen we niet. We denken dat we heel ver onze overgaven, maar de realiteit is, soms ligt het niet echt heel anders. En dan zie je hier dus gewoon weer Peter, hele grote beleidenis. Die geval, hetzelfde man, dezelfde dag. Steeds opnieuw dacht Peters: nee, maar ik ben er. En steeds opnieuw was Jezus nog niet klaar om hem te vormen. Het is niet erg. Alleen herken het gewoon als een proces bij jezelf. En dan komt Peter op een dag, hij is de weg een beetje kwijt, natuurlijk. Jezus is begraven opgestaan. Ze hebben een paar keer gezien, maar ja, voor de rest snapte er ook niet heel veel van. Dus Peter zegt: weet je wat, ik ga vissen. Ik ga vissen. Hij gaat gewoon terug naar vroeger. Terug naar Simon. Terug naar zijn business. Misschien ken je dat ook wel. Je dacht dat je heel ver was, dat je radicaal van Jezus ging. En vraag je twee ben je gewoon terug bij je netten. Leven je net zoals vroeger met dezelfde prioriteiten voor de wereld: business doen, geld maken, hard werken, leuke dingen doen in de wereld. Druk met je netten van je vissersboot, van je leven. Maar niet druk met de netten van de opdracht en de bestemming die God op je leven heeft gelegd om een viser van mensen te worden. Zomaar van het ene op het andere moment. Niet zondig, maar wel gewoon oude levensstijl, oude prioriteiten. En Peter gaat terug naar zijn netten, want hij is weer Simon. En wat doet Jezus? Jezus vindt hem precies daar weer en leidt hem terug naar zijn bestemming. God is hier vanmorgen om jou te herinneren dat je grote dromen had over wat je met God ging doen. Maar je bent terug bij je netten. En vanmor is het tijd om te realiseren dat je terug moet naar je bestemming. Er heeft u een bijzondere vis van, bootjes vol met vissen, zingt bijna, komt Peter van de kant, natuurlijk een enthousiast met zijn passie. En dan zit hij Jezus en die Jezus zit bij een kolenvuur. Ik denk dat Peter gelijk een traumatische herinneringen had. Want bij het vorige kolenvuur vervloekte die zichzelf en zweerde die dat hij Jezus niet kent. En nu komt hij Jezus weer tegen, weer bij een kolenvuur. En dan heb je net de hele zee licht geschept met visten en die boot zingt zo'n beetje. En dan heeft Jezus het wonder wat jij gezien hebt ook nog niet nodig, want er ligt op brood een vist op het barbecue. Wat andere woorden, Jezus maakt Peter echt duidelijk. Ik heb jou echt niet nodig om iets te doen in deze wereld, ik ben de bron van alle dingen. Wanneer je toch bent Peter is, ga zitten. Peter is verlogend, Jezus zoekt hem op. Petrus zwijgt. Jezus begint met een vraag. Adam verbergt zich, God komt bij een vraag. En dan met kolenvuur, misschien was de grootste schaamte en schonte, wordt nu een plek van herstel voor Petrus. Wat Petrus dacht dat zijn verhaal misschien eindigde, begint Jezus weer gewoon opnieuw om te formeren. W jij nu misschien vandaag denkt, ik weet niet waar je allemaal geweest ben wat je allemaal gedaan hebt, God kan mij niet meer gebruiken. En God zegt, nou ja, geen probleem. Ik begin vandaag gewoon weer met formeren richting jouw bestemming. Want ik heb je gekozen en ik heb je een naam gegeven. Je bent van mij en ik vorm je in de bestemming. En God gebruikt alle dingen te goede. Zelfs onze grote fouten waar wij struiken, waar wij ons verchamen, gebruikt Hij weer om ons te vormen. Niks gaat verloren. En dan stelt Jezus een bijzondere vraag: Simon, zoon van Jona, hebt u mij lief meer dan deze? Kijk, Jezus noemt hem niet Petrus. Bewust niet. Hij noemt hem nu weer Simon, zoon van Jona. Jezus noemt hem niet zijn bestemming. Hij benoemt gewoon wat Petrus nu is. Hij is gewoon weer Simon. Hij is gewoon weer Simon. Jezus begint nooit je herstel bij bestemming. Jez begint het herstel op het punt waar je op dit moment zit, en dan stelt je één vraag. Één vraag. Net zoals God één vraag aan Adem stelt, God stelt de vraag aan Adam. Adam, wie heeft je verteld dat je naakt bent? Vragen zijn zo krachtig. Wat wij moeten leren als we mensen willen helpen, is vragen stellen. Peter was gestruikeld, Peter had er een poekje van gemaakt. En wij kunnen dan zo klaarstaan met onze oordelen: van ja, waarom heb je dat dan gedaan? Hoe kon je zo stom zijn? Waarom viel je? Waarom deed je dat? Waarom ben je nu nog niet verder met je wanden? Waarom heb je nog steeds op hetzelfde punt? De enige vraag die Jezus hem stelt is deze: Waarom heb je mij lief? Heb je mij lief? Misschien ben je hier en ben je gigantisch op je snuffert gegaan. En je veroort jezelf en je vindt er van alles van. Maar de enige vraag die Jezus stelt, heb je mij lief? Heb je mij lief? Hij geeft Petrus de ruimte om te zeggen dat hij midden van al zijn falen en van zijn struiken waar die van baalt, nog steeds te zeggen dat hij van Jezus houdt. Eén vraag. Heb je mij lief? En vandaag vraagt God aan jou niet waarom je gefaald hebt, maar hij vraagt je: heb je mij lief? Want wij falen niet omdat we hem niet lief hebben. Wij falen gewoon omdat we mensen zijn. En nu is Petrus er, alles is gebeurd, heb je mij lief, uit mijn schapen, hoet mijn lammeren en het hele verhaal. En denk je, nou, Peter is bestemming, hij is er weer, nee hoor. Moet je kijken, Jezus zegt tegen Petrus dit in Johannes 21 vers 18. Voor waar ik zeg u, toen u jonger was, omgonden u zelf en liep u waar u wilde. Maar wanneer u oud zal zijn, zult u uw handen uitstrekken en naar een ander zal u omgodden en zult u brengen waar u niet wilt. Jezus vertelt, Jez voorspelt hier of profiteert hier de dood van Petrus. Hij profiteert hier de kruisiging van Petrus. Hij heeft net drie keer gevraagd aan Petrus: heb je mij lief? Peter heeft helemaal te lucht dat Jez het drie keer moet vragen, maar hij heeft net drie keer ja gezegd. En het eerste wat zijn nieuwe toewijding en commitmentum kost, is de profetie dat dit zijn leven gaat kosten door kruising. Jezus volgen, kost je altijd meer dan je denkt. Iedere stap die je zet, die kost je wat. Daarom zegt hij: wil je mij volgen. Neem je kruis op en volg mij. Wil je mij volgen als je je eigen leven lief hebt, gaat het niet lukken. Wil je mij volgen, moet je eerst even zitten en de kosten berekenen en weten wat je doet, want het kost je alles. Wat grappig is dit, he. Moet ik me voorstellen dat ik nu al profiteer: van oké, je gaat sterven voor Jezus. En Petrus kijkt op zij. Binnen drie seconden ziet hij Johannes. Jij gaat sterven? En wat van hem dan, Jezus? Wat voor hem? Hij stapt er zo boem overheen. Wat voor hem? Dat ik moet lijden, prima, maar wat is zijn potje dan? Want als ik moet liden en hij moet ook liden, dan is het eerlijk, maar wat van hem? Je hebt je simul meer. Gelijk voorgelijken. Dit is mijn leven dat is zijn leven, maar wat van hem? Ik ben ziek, waarom zijn we gezond? Ik heb een moeilijk, waarom hebben zij het makkelijk? Zij slagen, ik zag waarom ik word slimme huwelijk en zij hebben een mooi huwelijk. Waarom? Wat van hun heer? Weet wel hoeveel toewijding ik doe? Weet je wel wat ik geef? Weet je wel hoe betrokken ik ben, en wat van hun. Die loopt een beetje met de vriendvluit in de kerk en dat gaat goed. Hoe kan dat, heer? Waarom? Dat antwoord is heel simpel. Wat gaat jou dan? Volg jij mij? Wat gaat jou dan? Volg jij mij. Ja, je ziet iemand genezen en jij nog niet. Je ander maakt promotie op het werk en jij nog niet. Je ander gaat trouwen en jij bent nog single. Het bedrijf groeit van de ander. En jij bent nog gaat vechten om overeen te blijven. Het is steeds opnieuw. Waarom ik, waarom hij niet, waarom mijn pot, waarom zijs pot. Peter is nog geen minuut bezig met zijn eigen kruis. En hij kijkt alweer naar de mensen om hem heen. En Jezus heeft geen uitleg, geen verdediging, het simpele woorden. Jezus zegt, volg jij en mij. Volg jij en mij. De vraag die vanmorgen op tafel ligt voor in ieder van ons, is deze. Stop met de mensen om je heen. Stop met vergelijken. Stop met je keuzes, laat afhangen wat andere mensen wel of niet doen. Wat gaat jou met aan? Volg jij mij. Laat eraf staan. Een van zijn namen is ik ben hier. Hij is hier. Wij zijn in zijn aanwezigheid. Al zie je het niet. Al voel je het niet, al ervaar je het niet, al begrijp je het niet. Hij is hier. En je bent in zijn aanwezigheid. Hij heeft ons vandaag uitgedaagd om hem te zoeken door te geloven in wie Hij is. Hem te gaan vertrouwen voor wie Hij is. Geloof in zijn aanwezigheid en geloven wie Hij is. En als Hij er is, dan is alles er wat je nodig hebt. Zoals Psalm 23 zegt: de Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Misschien ontbreekt het je aan alles, maar omdat de herder is, omdat zijn aanwezigheid is, ontbreekt het je aan niets. Omdat je de Herder vertrouwt. En hij is hier en hij vraagt van jou opnieuw: Heb je mij lief. Mag je gewoon antwoord op geven voor jezelf: heb je mij lief. En misschien zeggen, ja, heer, ik heb u lief. Dan zet je gelijk achter met een comma, Maarts, Adam, maar ik ben naakt. Ja, ik heb u lief, maar. Je Maar van Hemes. Hij is Heer. Hij bevrijd. Hij verost. Hij geneest, Hij rit, Hij voorziet, wat is wie Hij is. En wat Die is, is wat Hij doet hier deze morgen in dit huis, en wat je omstandigheden ook zijn, maak je er niet druk over Jezus zegt: Wat jou dat aan? Wat omstandigheden zijn, volg mij dat je bent van mij, ik heb je bij je naam geroepen. Ik weet dat omstandigheden moeilijk zijn, maar ik ben bij je in de storm. Ik ben bij je in de rivier. Ik ben bij je in de storm. Ik ben bij je in je tekort. Ik ben bij je in je ziekte. Ik ben bij je in je wanhoofd. Ik ben bij je met al je vragen. Ik ben hier. Vertrouw mij en volg mij. Ze zeg van morgen gewoon in zijn aanwezigheid. Ik vertrouw u. Ik begrijp het niet, maar ik vertrouw u wel. En ik volg u. Het goede nieuws van volgen is dat Jezus altijd voorop gaat. Anders kun je niet volgen. En waar Jezus voorop gaat, heeft Hij iedere stap voorbereid. En als Hij iedere stap voorbereid heeft, er is er niets in het leven wat jij niet aan kan. Je kunt alles aan. Wat omstandigheid ook zijn, want Hij is voor je. En dat bedoel ik niet meer, hij is voor je, maar Hij is ook letterlijk voor je. Hij heeft de stap die jij nog moet zetten, heeft Hij al gezet. Ik zal je niet begeven, ik zal je niet verlaten. Maar jij bent van mij. Heer, ik volg u. Met heel mijn hart. Ik dank uw vader dat als ik niet trouw ben, dat u trouw bent. Dat als ik struikel tot u me opricht. En dat u steeds zult zeggen: Weet niet bang, ik ben het, ik ben hier. Amen.